You are here: Home Q&A Vragen en Antwoorden

Vragen en Antwoorden

Questions and Answers English Fragen und Antworten Deutsch

Is er iets wat u altijd al hebt willen weten over taal? Wij hebben misschien het antwoord! Op deze pagina beantwoorden we vragen over taal die gesteld zijn door mensen die geen taalonderzoeker zijn. Heeft u een vraag over taal? Stuur ons uw vraag via deze link! Onderzoekers van het Max Planck Instituut zullen regelmatig vragen selecteren en nieuwe antwoorden publiceren. Bezoek ons dus opnieuw in de toekomst, want dan vindt u hier nieuwe antwoorden en komt u nog meer te weten over taal. 

Toon of verberg antwoordWaarom hebben sommige talen een schrift dat min of meer overeenkomt met de uitspraak van de taal, terwijl andere talen een minder helder schrift hebben?
Link & Share

In geen enkele taal geeft de spelling (of orthografie) exact de uitspraak van die taal weer, maar sommige systemen doen dit beslist beter dan andere. Het Italiaans heeft bijvoorbeeld een oppervlakkige orthografie. Dat betekent dat woorden ongeveer net zo gespeld worden als ze klinken (hoewel Siciliaanse, Sardijnse of Napolitaanse sprekers van het Italiaans het hier mogelijk niet mee eens zijn). Het Engels heeft daarentegen een diepe orthografie, wat betekent dat de spelling en de uitspraak niet zo goed overeenkomen.

3.25

Dat de Italiaanse spelling zo consistent is, heeft twee belangrijke oorzaken. Ten eerste is in 1583 de Accademia della Crusca opgericht, welke eeuwen lang regels heeft gemaakt voor de Italiaanse taal. Het bestaan van zo’n academie heeft doeltreffende en consistente spelling mogelijk gemaakt. Ten tweede heeft het Standaard Italiaans slechts vijf klinkers, namelijk a, i, u, e en o. Dit maakt het een stuk gemakkelijker om op papier klinkers van elkaar te onderscheiden. Andere talen met een klinkersysteem dat uit vijf klinkers bestaat, zijn bijvoorbeeld het Spaans en het Japans. Deze talen hebben net als het Italiaans een oppervlakkige orthografie. Het Japans is een interessant geval; sommige woorden zijn geschreven in Japanse karakters, die zeer nauwkeurig de klank van een woord weergeven, maar andere woorden worden geschreven met aangepaste Chinese karakters, die wel de betekenis van het woord weergeven, maar totaal niet de klank ervan.

Het Frans heeft een diepe orthografie, maar slechts in één richting; één enkele klank kan op verschillende manieren geschreven worden, maar een bepaalde manier geschreven klinker of combinatie van klinkers kan slechts op één bepaalde manier worden uitgesproken. De klank [o] kan bijvoorbeeld geschreven worden als au, eau of o, zoals in haut, oiseau and mot, terwijl de spelling eau enkel en alleen uitgesproken kan worden als [o].

Het Engels heeft ondertussen een zeer diepe orthografie ontwikkeld en heeft al eeuwen met gemak hervorming van de spellingregels weerstaan (interessant genoeg geldt dit niet voor Amerikaans Engels; Noah Webster’s American Dictionary of the English Language introduceerde een succesvolle spellinghervorming: een spelling reform programme... of program). Een vanzelfsprekende reden hiervoor is het ontbreken van een formele academie voor de Engelse taal. Er zijn echter ook nog andere redenen.

Het Engels heeft een lange en ingewikkelde geschiedenis: het is ontstaan uit een smeltkroes van Europese talen - een vleugje van Latijn en Grieks hier, een snufje van Keltisch en Frans daar, een flinke hoeveelheid Duits en een paar handjes Noors. Sommige onregelmatigheden in de spelling van het Engels weerspiegelen de oorspronkelijke etymologie van de woorden. De onuitgesproken b in doubt en debt grijpt terug naar hun Latijnse komaf, dubitare en debitum, terwijl de uitspraak van ce- als "se-" in centre, certain en celebrity is te wijten aan de invloed van het Frans (en send en sell zijn niet "cend" en "cell" vanwege hun Duitse herkomst).

Alle talen veranderen door de jaren heen, maar het Engels heeft een bijzonder spectaculaire verzameling aan veranderingen van klinkers doorstaan tijdens de middeleeuwen: the Great Vowel Shift (oftewel de Grote Klinkerverschuiving). De vroege en middelste fases van deze Grote Klinkerverschuiving vielen samen met de uitvinding van de boekdrukkunst. Deze droeg bij aan het bevriezen van de Engelse spelling van dat moment. Zodoende veranderden de klinkers van klank, maar veranderde de spelling niet mee. Dit betekent dat in het Engels van nu veel woorden gespeld worden zoals ze zo’n 500 jaar geleden werden uitgesproken. Dit betekent ook dat de toneelstukken van Shakespeare oorspronkelijk heel anders werden uitgesproken dan in het moderne Engels, terwijl de spelling nagenoeg onveranderd is. Bovendien is het niet eenvoudig om te bedenken hoe Engelse klanken gespeld moeten worden, vanwege de grote hoeveelheid klinkers die het Engels rijk is. Afhankelijk van de regionale variant van het Engels kan een spreker tot wel 22 verschillende klinkers gebruiken in zijn spraak, terwijl enkel de letters a, i, u, e, o, en y beschikbaar zijn om deze klanken op schrift weer te geven. Geen wonder dat er zoveel concurrerende lettercombinaties gebruikt worden.

Diepe orthografie maakt het voor zowel moedertaalsprekers als tweedetaalleerders moeilijker om te leren lezen. Desondanks zijn veel mensen onwillig de spelling te hervormen, omdat de voordelen hiervan wellicht niet opwegen tegen het verlies van de taalgeschiedenis. Engelsen mogen dan houden van regelmaat als het gaat om wachtrijen of thee drinken, maar dit geldt niet wanneer het orthografie betreft.

Gwilym Lockwood  & Flora Vanlangendonck

Vertaald door Nadine de Rue & Lotte Schoot

Zie ook:

Originele uitspraak van Shakespeare: http://www.youtube.com/watch?v=gPlpphT7n9s

Toon of verberg antwoordBegrijpen gebruikers van verschillende gebarentalen elkaars gebaren?
Link & Share

Als we mensen vertellen dat we de gebarentalen van dove mensen onderzoeken, of als mensen ons gebarentaal zien gebruiken, vragen ze ons vaak of gebarentaal universeel is. Het antwoord is dat bijna ieder land tenminste één nationale gebarentaal heeft. De structuur van deze gebarentaal is anders dan de structuur van de dominante taal in dat land. Hoewel zowel in Engeland als Noord-Amerika vooral Engels gesproken wordt, zijn de nationale gebarentaal van Engeland (British Sign Language) en die van Noord-Amerika (American Sign Language) toch erg verschillend. Chinese gebarentaal en Nederlandse gebarentaal hebben niet alleen verschillende vocabulaires, maar ook andere vingerspelling en ieder hun eigen grammaticale regels. Toch kunnen Chinese en Nederlandse doven, die dus niet dezelfde taal beheersen, het verschil tussen hun talen vrij makkelijk overbruggen als ze elkaar voor het eerst ontmoeten: ze kunnen dus toch met elkaar communiceren.

PicsConnie.jpg

Dit soort communicatie staat bekend als 'cross-signing'.  In samenwerking met het International Institute for Sign Languages and Deaf Studies - iSLanDS, doen wij onderzoek naar hoe cross-signing ontstaat tussen doven die verschillende gebarentalen beheersen. We maken opnames van gebaarders die uit verschillende landen komen, bijvoorbeeld uit Zuid-Korea, Oezbekistan en Indonesië. Deze gesprekspartners komen elkaar tegemoet door gebaren te verzinnen die niet afkomstig zijn uit hun eigen gebarentaal. De mate van communicatief succes wordt dus voor een groot deel bepaald door de creativiteit van deze gebaarders. Deze vorm van taalcreatie maakt gebruik van de beeldende aspecten van visuele taal (bijvoorbeeld het beschrijven van een cirkel in de lucht om te verwijzen naar een rond voorwerp, of het weergeven van een man door aan te geven dat hij een snor heeft), maar ook van meer algemene interactiepricipes (bijvoorbeeld het herhalen van een gebaar om als verzoek tot meer informatie).

Cross-signing is niet hetzelfde als de internationale gebarentaal (International Sign) die wordt gebruikt op internationale bijeenkomsten van doven, zoals het World Federation of the Deaf (WFD) congres of de Deaflympics. De internationale gebarentaal is sterk beinvloed door gebaren uit American Sign Language en wordt meestal gebruikt om te presenteren aan een publiek dat bekend is met het vocabulaire. Cross-signing, aan de andere kant, ontstaat vanuit de interactie tussen gebaarders die niet bekend zijn met elkaars gebarentaal.

 Connie de Vos, Kang-Suk Byun & Elizabeth Manrique
vertaald door Lotte Schoot & Connie de Vos

Meer weten?

Information on differences and commonalities between different sign languages, and between spoken and signed languages by the World Federation of the Deaf: (link)

Mesch, J. (2010). Perspectives on the Concept and Definition of International Sign. World Federation of the Deaf. (link)

Supalla, T., & Webb, R. (1995). The grammar of International Sign: A new look at pidgin languages. In K. Emory and J. Reilly (Eds.), Sign, Gesture and Space. (pp.333-352) Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum.

Toon of verberg antwoordIs lichaamstaal universeel?
Link & Share

Ons lichaam communiceert voortdurend op verschillende manieren. Eén vorm van lichamelijke communicatie is de zogeten lichaamstaal. Tijdens sociale interacties toont ons lichaam houdingen en emoties en deze worden beïnvloed door de dynamiek van de interactie zelf, de relatie van de personen in kwestie en door iemands persoonlijkheid (zie ook antwoord op de vraag "Wat is lichaamstaal?"). Deze boodschappen van het lichaam worden doorgaans onbewust uitgezonden. Het ontwikkelen van een universeel communicatiemiddel dat geschikt zou zijn voor het uiten van lichaamstaal zou om die reden erg moeilijk zijn. Echter, binnen een cultuur blijken er veel overeenkomsten te bestaan in de manier waarop mensen houdingen en emoties via hun lichaam uiten. 

3.06

Een andere vorm van lichamelijke communicatie bestaat uit de gebaren die tijdens het spreken spontaan worden gemaakt. Dit zijn bijvoorbeeld bewegingen van de handen, armen en soms andere lichaamsdelen. Een belangrijke eigenschap van dit soort gebaren is dat zij vaak nauw verbonden zijn aan de betekenis van datgene wat tegelijkertijd via de spraak gecommuniceerd wordt. Dit is in tegenstelling tot het type signalen waar lichaamstaal uit bestaat. Omdat spraak en gebaren zo nauw met elkaar verweven zijn, is het lastig om de gebaren die simultaan met spraak  gemaakt worden volledig te begrijpen in de afwezigheid van spraak. Deze gebaren bieden dus weinig hulp wanneer gesprekspartners niet dezelfde taal spreken. Bovendien worden gebaren die simultaan met spraak gemaakt worden, gevormd door de cultuur waarin zij voorkomen (derhalve verschillen deze gebaren tot op zekere hoogte per cultuur). Sterker nog, zelfs binnen een cultuur bestaat er geen standaardvorm die toepasbaar is op deze gebaren; het zijn iemands persoonlijke creaties op het moment van spreken. Hoewel er dus overlap bestaat in de manier waarop verschillende mensen gebaren gebruiken om betekenis mee uit te beelden, bestaan er ook aanzienlijke verschillen. Mede vanwege zulke individuele verschillen zijn deze gebaren niet geschikt voor een non-verbale universele code die gebruikt zou kunnen worden wanneer gesprekspartners niet dezelfde taal delen.

In afwezigheid van een gemeenschappelijke taal grijpen mensen vaak terug op pantomime-gebaren wanneer zij met elkaar proberen te communiceren. Deze gebaren zijn zeer iconisch of beeldend van aard (zoals sommige iconische gebaren met spraak samengaan ook zijn). Dit soort gebaren lijkt qua vorm dus erg op de dingen in de wereld om ons heen. Zelfs wanneer deze gebaren tijdens spraak gebruikt worden zijn ze bedoeld om begrijpelijk te zijn zonder spraak. In de afwezigheid van gesproken taal zijn deze gebaren derhalve veel informatiever dan de spontane gebaren die tegelijkertijd met spraak gemaakt worden. Zolang twee mensen kennis over de wereld om zich heen delen, bijvoorbeeld over handelingen, objecten of ruimtelijke relaties, zijn deze gebaren communicatief, zelfs wanneer mensen niet dezelfde taal spreken. 

Een belangrijk onderscheid dient gemaakt te worden tussen deze pantomimen, die informatie kunnen communiceren in de afwezigheid van spraak, en gebarentaal. In tegenstelling tot pantomimen zijn gebarentalen van dove gemeenschappen volwaardige talen, die bestaan uit (hand)bewegingen met conventionele betekenissen, en uit componenten vergelijkbaar met de componenten waaruit een gesproken taal bestaat. Er bestaat geen universele gebarentaal: verschillende gemeenschappen hebben verschillende gebarentalen (bijvoorbeeld Nederlandse, Duitse, Britse, Franse of Turkse gebarentaal).

Judith Holler & David Peeters
Vertaald door Charlotte Poulisse & David Peeters

Meer lezen?

Kendon, A. (2004). Gesture: Visible action as utterance. Cambridge University Press. (link)

McNeill, D. (1992). Hand and mind: What gestures reveal about thought. Chicago University Press. (link book review)

Toon of verberg antwoordWaarom roep je ‘au’ bij plotselinge pijn?
Link & Share

In deze vraag zitten twee vragen verborgen. Voor een helder antwoord kunnen we die het beste opbreken:

(1) Waarom roepen we als we pijn hebben?

(2) Waarom roepen we ‘au!’ en niet iets anders?

Bij de eerste vraag zijn we in het gezelschap van een hoop andere dieren. Kreten van pijn komen door heel het dierenrijk voor. Waarom? Darwin, die in 1872 een boek schreef over emoties bij mens en dier, dacht dat het samenhing met de sterke spiersamentrekkingen  die bijna elk dier vertoont bij een pijnscheut — een geritualiseerde versie van het zich bliksemsnel onttrekken aan een pijnlijke stimulus. Maar dat brengt ons nog niet veel verder: waarom zou de mond daarbij open moeten gaan? Onderzoek sindsdien heeft uitgewezen dat kreten in het dierenrijk ook communicatieve functies hebben: bijvoorbeeld om soortgenoten te alarmeren bij gevaar, om hulp te roepen, of om zorgend gedrag op te wekken. Die laatste functie begint al in de eerste seconden van ons leven, wanneer we het op een huilen zetten en onze moeder ons zorgzaam in de armen neemt. Baby’s, en trouwens de jongen van veel dieren, hebben hele repertoires aan verschillende kreten. In die repertoires is de pijnkreet — de uitroep bij een acute pijnbeleving— altijd duidelijk herkenbaar: een plotseling begin, een hoge intensiteit, en een relatief korte duur. Hier zien we al de contouren van ons “au!”. En daarmee komen we aan bij het tweede deel van de vraag.

0.97.323_pain

Waarom au en niet iets anders? Eerst moeten we de vraag kritisch bekijken. Is het echt nooit anders? Zeg je au als je op je duim slaat of is het “aaaah!”? In de realiteit is er flink wat variatie. Toch is de variatie niet oneindig. Niemand roept bibibibibi of vuuuuu in plotselinge pijn. Pijnkreten zijn variaties op een thema. Dat thema begint met een “aa” vanwege de vorm van ons spraakkanaal bij wijd open mond, en klinkt als “aau” als de mond daarna weer snel naar een dichte stand beweegt. Het woordje “au” vat dat thema prima samen. Daarmee hebben we meteen een belangrijke functie van taal te pakken. Taal helpt ons om ervaringen die nooit volledig hetzelfde zijn toch als soortgelijk te beoordelen. Dat is handig, want als we het willen hebben over “iemand die au roept” hoeven we niet de kreet precies te imiteren. In die zin is au een talig woord en geen kreet meer. Is au dan ook in alle talen hetzelfde? Bijna, maar niet helemaal, want elke taal gebruikt zijn eigen inventaris van klanken voor het beschrijven van de pijnkreet. In het Duits is het “au!”, een Engelsman zegt “ouch!”, en voor iemand uit Israel “oi!” — althans zo schreef Byington in 1942 in één van de eerste vergelijkende studies van uitroepen van pijn.

Ieder van ons komt ter wereld met een repertoire van kreten, en leert daarbovenop een taal. Die taal maakt dat we meer kunnen dan het uitschreeuwen — we kunnen er ook over praten. Gelukkig maar, want anders was er van dit antwoord niets terecht gekomen.

 Geschreven door Mark Dingemanse en gepubliceerd in “Kennislink Vragenboek”

Toon of verberg antwoordWaarom hebben we spelling nodig?
Link & Share

Stel je eens voor dat je de opdracht kreeg om een bericht te sturen naar een vriend, maar dat je alleen cijfers en interpunctiesymbolen mocht gebruiken. Misschien zou je wel een manier kunnen vinden om de geluiden die in de Nederlandse taal gebruikt worden om te zetten in deze symbolen. Maar als je je boodschap dan inderdaad op zou schrijven met behulp van je nieuwe 'alfabet', hoe moet je vriend dan weten hoe hij de symbolen weer om moet zetten naar geluiden (en dus naar taal)? Om dit te laten werken moeten jij en je vriend een overeenkomst hebben over hoe jullie de cijfers en interpunctiesymbolen gebruiken om woorden op te schrijven. Dat wil zeggen, jullie zouden samen een gedeelde spelling moeten hebben bedacht.

3.07NL

Net zoals iedere vertaalsleutel van een code is spelling een systeem om de symbolen van een alfabet (of van een ander schrift) om te zetten in de klanken van taal. Het hebben van een spelling betekent dat sprekers van dezelfde taal met elkaar kunnen communiceren door het gebruik van geschreven taal. Het is niet belangrijk welke vormen de symbolen die we gebruiken hebben - het is alleen belangrijk dat we begrijpen wat de relatie is tussen die symbolen (grafemen) en de geluiden (fonemen) die we gebruiken in gesproken taal.

Talen die hetzelfde schrift hebben, kunnen andere klanken gebruiken, en hebben dus verschillende spellingssystemen nodig. Om te schrijven in het Engels en in het Nederlands wordt bijvoorbeeld hetzelfde schrift gebruikt (het Romeinse alfabet). Maar hoewel veel grafeem-foneem-relaties hetzelfde zijn in de twee talen - de letter 'L' bijvoorbeeld wordt gebruikt om dezelfde klank te representeren in het Engels als in het Nederlands (light en licht) - zijn er ook letters die gekoppeld worden aan verschillende klanken in de verschillende talen. De letter 'g' bijvoorbeeld, wordt gebruikt als symbool voor een andere klank in de Engelse spelling (good) dan in de Nederlandse spelling (goed). Nederlandse en Engelse lezers moeten van deze grafeem-foneem correspondenties op de hoogte zijn om geschreven aan gesproken woorden te kunnen koppelen.

Verschillende mensen hebben verschillende ideeën over wat een 'goede'  spelling is. In het algemeen kan gezegd worden dat een spelling consistent moet zijn in de representatie van alle en alleen de relevante klankcontrasten in een taal, met zo weinig mogelijk symbolen en regels. Maar weinig spellingssystemen houden zich echter aan dit ideaal - je hoeft maar naar het Nederlands te kijken om je dat te realiseren! Vergelijk bijvoorbeeld de geschreven woorden 'cello'  en 'café'. Toch hebben rariteiten en uitzonderingen in spelling ook voordelen: ze laten historische ontwikkeling zien, leggen de nadruk op culturele relaties, en ondersteunen variatie tussen dialecten.

Lila San Roque & Antje Meyer
Vertaald door Lotte Schoot & Jolien ten Velden

Meer weten?

Online encyclopedia of writing systems and languages (link)
The Endangered Alphabets Project (link)
Scriptsource: Writing systems, computers and people (link)

Toon of verberg antwoordSpreken we op een dag allemaal Engels?
Link & Share

Het lijkt niet zo’n gek idee om te verwachten dat het Engels de nieuwe wereldtaal zal worden. In veel opzichten is het dat al: het Engels is de taal van het internet, de taal van de wetenschap, en de taal van de massamedia. Bovendien worden veel talen met uitsterven bedreigd; volgens schattingen zal de helft van de ongeveer 7000 talen die momenteel worden gesproken tegen  het jaar 2100 uitgestorven zijn.

English dictionary from http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Johnson_Folio_and_Abridged_dictionaries.JPG

Image: Jkarjalainen

Maar nieuwe technologie zorgt er niet alleen voor dat mensen over de hele wereld worden blootgesteld aan het Engels: het creëert ook nieuwe en interessante manieren om talen levend te houden. Sociale media, zoals Facebook, Linkedin of Twitter zijn ideaal om de verscheidenheid aan talen te tonen; veel mensen gebruiken het Engels (of Mandarijn, Swahili, Spaans, of andere dominante talen) voor professioneel en formeel werk terwijl ze hun eigen moedertaal gebruiken in gesprekken met vrienden en familie. Tot voor kort waren veel van deze talen ongeschreven en werden ze buitenshuis niet gebruikt, maar de opkomst van sms’en de sociale media heeft deze talen nieuw leven ingeblazen en ze interessant gemaakt voor jongere sprekers. Een andere reden waarom het onwaarschijnlijk is dat het Engels (of een andere taal) ooit de enige wereldtaal zal worden is dat mensen taal gebruiken als middel om hun identiteit te benadrukken. Zo bestaan er zelfs verschillende varianten van het Engels en het gebruik van een bepaalde variant van het Engels kan voor verdeeldheid zorgen. Sprekers van Brits-Engels, bijvoorbeeld, kunnen zich erg beschermend gedragen over hun eigen variant, en Britse vijandigheid ten opzichte van woorden of uitdrukkingen die specifiek zijn voor Amerikaans-Engels (bv. het Amerikaanse “oftentimes” in vergelijking met het Britse “often” en het Amerikaanse “I have gotten” in vergelijking met het Britse “I have got”) kan verrassend venijnig zijn. Bescherming van de eigen taal is altijd gekoppeld aan de eigen identiteit; als je in Nederland woont hoef je maar zo ver als België te kijken om dat te begrijpen.

Het Engels is misschien een beetje als een broodje. Dat je bijna overal ter wereld een broodje kunt kopen betekent niet dat mensen geen curry, lasagne, burritos, of stroopwafels meer zullen eten…

Gwilym Lockwood & Katrien Segaert
Vertaald door Flora Vanlangendonck & Lotte Schoot

Meer weten?

50 of the most noted examples of Americanisms (link)

Click to start the video on YouTube

About MPI

This is the MPI

The Max Planck Institute for Psycholinguistics is an institute of the German Max Planck Society. Our mission is to undertake basic research into the psychological,social and biological foundations of language. The goal is to understand how our minds and brains process language, how language interacts with other aspects of mind, and how we can learn languages of quite different types.

The institute is situated on the campus of the Radboud University. We participate in the Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, and have particularly close ties to that institute's Centre for Cognitive Neuroimaging. We also participate in the Centre for Language Studies. A joint graduate school, the IMPRS in Language Sciences, links the Donders Institute, the CLS and the MPI.

 
Vragen en Antwoorden

Stuur de onderzoekers van
het MPI een nieuwe vraag: 

Outlined font 1,5 pt wide cirkle 3 pt.

Dit project werd door Katrien 
Segaert,
Katerina Kucera en 
Judith Holler
 opgestart. 

Momenteel wordt dit project
gecoördineerd door:
Katerina Kucera
Sean Roberts
Agnieszka Konopka
Gwilym Lockwood
Connie de Vos

Vroegere leden:
Joost Rommers
Mark Dingemanse