You are here: Home Q&A Vragen en Antwoorden

Vragen en Antwoorden

Questions and Answers English Fragen und Antworten Deutsch

Is er iets wat u altijd al hebt willen weten over taal? Wij hebben misschien het antwoord! Op deze pagina beantwoorden we vragen over taal die gesteld zijn door mensen die geen taalonderzoeker zijn. Heeft u een vraag over taal? Stuur ons uw vraag via deze link! Onderzoekers van het Max Planck Instituut zullen regelmatig vragen selecteren en nieuwe antwoorden publiceren. Bezoek ons dus opnieuw in de toekomst, want dan vindt u hier nieuwe antwoorden en komt u nog meer te weten over taal. 

Toon of verberg antwoordIs er een taalgen dat alleen mensen hebben?
Link & Share

Taal lijkt uniek te zijn in de wereld, een typisch kenmerk van de mens. Hoewel sommige diersoorten ook complexe communicatiesystemen hebben, kunnen zelfs de primaten die het meest verwant zijn aan de mens niet praten, onder andere omdat ze geen vrijwillige controle hebben over hun vocalisaties. Maar taal hoeft niet gesproken te zijn: na jaren van intensieve training kunnen sommige chimpansees en bonobo's wel simpele gebarentaal leren. Toch komen de vaardigheden van deze uitzonderingen niet eens in de buurt van een menselijke peuter, die spontaan gebruik maakt van de generatieve kracht van taal om ideeën uit te drukken over het hier en nu, maar ook over het verleden en de toekomst.

2.15NL

Het is zeker dat genen een belangrijke rol spelen in de oplossing van dit raadsel. Toch is er niet zoiets als een 'taal-gen' in de zin dat er een specifiek gen zou zijn met de taak om mensen van deze unieke vaardigheid te voorzien. Genen specificeren namelijk geen cognitieve of gedragsmatige output; ze bevatten informatie voor het maken van proteïnen die functies uitvoeren binnenin lichaamscellen. Sommige van die proteïnen hebben belangrijke effecten op hersencellen. Ze beïnvloeden bijvoorbeeld hoe deze cellen zich delen, hoe ze groeien en hoe ze verbindingen maken met andere hersencellen, die bepalen hoe het brein functioneert. Het is daarom mogelijk dat evolutionaire veranderingen in bepaalde genen invloed hebben gehad op verschillende verbindingen in het brein, wat er dan weer voor heeft gezorgd dat mensen konden gaan praten. Dit is niet het resultaat van veranderingen in een bepaald gen, maar van veranderingen in meerdere genen, en er is geen reden om aan te nemen dat welk gen dan ook 'opeens' in onze soort is ontstaan.

Er is overtuigend bewijs dat het menselijk taalvermogen is ontstaan door aanpassingen van genetische paden die evolutionair gezien veel verder terug gaan. Een overtuigend argument komt van studies naar het gen FOXP2 (een gen dat in de media vaak -foutief- is gepresenteerd als het mythische 'taal-gen'). Het is waar dat FOXP2 relevant is voor het taalvermogen - de rol van dit gen is ontdekt doordat er zeldzame mutaties zijn van dit gen die ernstige taal- en spraakproblemen veroorzaken. Maar FOXP2 is niet uniek voor mensen: opmerkelijk gelijkaardige varianten van dit gen zijn gevonden in gewervelde soorten (primaten, knaagdieren, vogels, reptielen en vissen) en het lijkt actief te zijn in dezelfde hersengebieden in deze dieren als in mensen. Zangvolgens hebben bijvoorbeeld hun eigen versie van FOXP2: dit gen helpt de volgels om te leren zingen. Diepgaande studies over varianten van FOXP2 in verschillende soorten laten zien dat het een rol speelt in hoe hercencellen zich met elkaar verbinden. Alhoewel het gen al miljoenen jaren bestaat zonder veel te veranderen, zijn er toch tenminste twee kleine, maar interessante veranderingen op te merken met betrekking tot de evolutie van dit gen. Die veranderingen zijn pas gebeurd nadat de mensensoort is afgesplitst van de chimpansees en de bonobo's. Wetenschappers onderzoeken die veranderingen nu en proberen uit te vinden wat de invloed van die veranderingen is op onze hersennetwerken - dit zou een stukje van de puzzel over het ontstaan van taal kunnen oplossen.

 Simon Fisher, Kate Kucera & Katherine Cronin
Vertaald door Lotte Schoot & Jolien ten Velden

Meer weten?

Revisiting Fox and the Origins of Language (link)

Fisher S.E. & Marcus G.F. (2006) The eloquent ape: genes, brains and the evolution of language. Nature Reviews Genetics, 7, 9-20. (link)

Fisher, S.E. & Ridley, M. (2013). Culture, genes, and the human revolution. Science, 340, 929-930.(link)

Toon of verberg antwoordGaan talen na verloop van tijd meer op elkaar lijken of gaan ze juist meer van elkaar verschillen?
Link & Share

Een standaard aanname over taalverandering is dat wanneer twee groepen mensen van elkaar geïsoleerd raken, de taal die door elk van deze gemeenschappen gebruikt wordt van elkaar zal gaan verschillen. Wanneer de twee gemeenschappen weer met elkaar in contact komen, is er sprake van taalcontact en kunnen hun talen weer meer op elkaar gaan lijken. Dit kan bijvoorbeeld door het 'lenen' van bepaalde aspecten van een taal. In veel delen van de wereld hebben talen aspecten van andere talen geleend, zoals in het geval van leenwoorden. Een recent voorbeeld is het woord ‘internet’, dat in veel talen is opgenomen. Voordat globale communicatie mogelijk was, vond deze uitwisseling enkel plaats tussen talen die gesproken werden in hetzelfde geografische gebied. Het zou kunnen dat talen die gesproken worden in hetzelfde gebied daarom vaak op elkaar lijken. Taalkundigen noemen dit ‘areal effects’ (geografisch gebonden uitwisseling). Deze effecten worden beïnvloed door sociale en taalkundige factoren, zoals migratie of wanneer een bepaalde bevolkingsgroep machtiger is of meer aanzien geniet.

2.17_speechdifferences

Een andere mogelijke oorzaak voor het naar elkaar toe ontwikkelen van talen is wanneer bepaalde woorden of taalkundige regels gemakkelijker te leren zijn of op de een of andere manier beter in onze hersenen zouden ‘passen’. Dit is vergelijkbaar met het concept dat verschillende diersoorten onafhankelijk van elkaar dezelfde kenmerken ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van vleugels bij vogels, vleermuizen en sommige dinosauriës. In zo’n geval geval zouden talen die gesproken worden op plaatsen ver van elkaar vandaan zich dusdanig veranderen dat ze meer op elkaar gaan lijken. Onderzoekers hebben in verschillende talen overeenkomstige kenmerken van woorden ontdekt, waarbij de klank van het woord een direct verband heeft met de betekenis. Dit verschijnsel is ook wel bekend als klanksymboliek. Het woord voor ‘neus’ bestaat bijvoorbeeld in verschillende talen uit nasale klanken, zoals de [n]. Bovendien gebruiken talen over de hele wereld een vergelijkbaar woord om aan te duiden dat ze iets niet verstaan hebben: ‘huh?’ of ‘wat?’. Een mogelijke reden hiervoor is dat het een kort, vragend woord is dat effectief de aandacht weet te trekken.

Het is lastig om onderscheid te maken tussen laatstgenoemde effecten enerzijds en het uitwisselen van woorden en andere taalkundige aspecten als gevolg van taalcontact anderzijds. De reden hiervoor is dat de gevolgen van beide processen vergelijkbaar zijn. Een van de doelstellingen van de evolutionaire taalkunde is het vinden van een manier om dit onderscheid te kunnen maken.

Deze vraag raakt de kern van taalkundig onderzoek, aangezien het indirect vraagt of er grenzen zijn aan hoe talen in elkaar kunnen zitten. Sommige van de eerste moderne taalkundige theorieën stelden dat er sterke biologische beperkingen zijn die talen vormgeven. Meer recent heeft taalkundig veldonderzoek uitgewezen dat er vele talen zijn die een enorme diversiteit laten zien in hun klanken, woorden en regels. Het zou kunnen dat voor elke wijze waarop talen meer op elkaar gaan lijken er tegelijkertijd ook een manier is waarop ze meer van elkaar gaan verschillen.

Seán Roberts & Gwilym Lockwood
Vertaald door J.M. Schoffelen, Nadine de Rue & Lotte Schoot

Meer weten?

Can you tell the difference between languages? (link)
Why is it studying linguistic diversity difficult? (link)
Is ‘huh?’ a universal word? (link)

Meer lezen?

Nettle, D. (1999). Linguistic Diversity. Oxford: Oxford University Press.

Dingemanse, M., Torreira, F., & Enfield, N. J. (in press). Is “Huh?” a universal word? Conversational infrastructure and the convergent evolution of linguistic items. PLoS One. (link)

Dunn, M., Greenhill, S. J., Levinson, S. C., & Gray, R. D. (2011). Evolved structure of language shows lineage-specific trends in word-order universals. Nature, 473, 79-82. (link)

Toon of verberg antwoordWaarom is Engels de universele taal?
Link & Share

In tegenstelling tot veel andere antwoorden op deze website, is taal op zichzelf niet echt belangrijk om dit antwoord te geven. Engels wordt door veel mensen als de universele taal waargenomen. Dat komt door de vroegere invloed van het Britse koninkrijk, en tegenwoordig blijft het een universele taal door de wereldwijde invloed van de Amerikaanse politiek en economie.

3.05_

Als we toch een taalkundige verklaring willen geven, kunnen we zeggen dat Engels voor veel mensen een relatief simpele taal is die makkelijk te leren is. Zo hebben zelfstandig naamwoorden bijvoorbeeld geen geslacht (zoals het Duits die bijvoorbeeld wel heeft), is de samenstelling van individuele woorden niet gecompliceerd (zoals in het Turks bijvoorbeeld) en is er geen toon-systeem (zoals in het Chinees). Bovendien wordt de taal geschreven in het Romeinse alfabet; een alfabet dat voor veel mensen bekend is en goed in staat is om klanken aan symbolen te koppelen. Bovendien zijn er heel veel Engelstalige films en zingen veel muzikanten in het Engels, wat de taal toegankelijk maakt en veel mogelijkheden biedt tot het oefenen met de taal. Engels is echter ook een lastige taal om te leren, door het enorme vocabulaire, de grote hoeveelheid onregelmatige werkwoorden, een ingewikkeld spellingssysteem en geluiden zoals 'th', die niet in elke taal voorkomen en daardoor lastig kunnen zijn om correct te leren uitspreken. Het argument dat Engels een universele taal is omdat het makkelijk te leren zou zijn is dus niet zo sterk: wat moeilijk of makkelijk te leren is hangt ook af van de persoon die het leert.

Een kijk op de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk biedt een meer overtuigende verklaring. De industriële revolutie is begonnen in het Verenigd Koninkrijk en een van de voordelen van deze industrialisatie was dat de Britten de rest van de wereld veel sneller konden koloniseren dan andere Europese landen. De Britten veroverden en koloniseerden veel gebieden, zoals Noord-Amerika, het Caraïbisch gebied, Australië, Nieuw-Zeeland, grote delen van West- en Zuid-Afrika, Zuid-Azië en delen van Zuidoost Azië. De Britten zorgden ervoor dat het Engels werd gebruikt voor zaken gerelateerd aan overheidsinstanties en industrie, en zorgden er zo voor dat het Engels werd gezien als de taal die mensen met wereldwijde macht spraken.  Het Britse imperium viel uiteindelijk uit elkaar na de tweede wereldoorlog, maar in de 20e eeuw nam een ander Engelssprekend land de macht over. De culturele, economische, politieke en militaire dominantie van de USA in de 20e en 21e eeuw hebben ervoor gezorgd dat Engels de meest belangrijke en invloedrijke taal is op de wereld.  En omdat Engels nu ook de officiële taal is van de zakenwereld, de wetenschap, diplomatiek, communicatie en IT (en bovendien ook de taal van veel populaire websites) is het niet waarschijnlijk dat dit binnenkort gaat veranderen.

Katrin Bangel & Gwilym Lockwood
Vertaald door Lotte Schoot & Jolien ten Velden

Toon of verberg antwoordHoe was taal in het begin?
Link & Share

Dat weet niemand! Dit is een van de grootste vraagstukken binnen het onderzoek naar taalevolutie. Taal is niet als stenen of skeletten; er zijn geen tastbare taalfossielen en dus geen voorbeelden die we direct kunnen bestuderen. Tenminste, niet van zo lang geleden. Er zijn wel voorbeelden van geschreven taal bewaard gebleven die meer dan 6.000 jaar oud zijn, maar evolutionair gezien is dat nog relatief jong. Toch suggereren onderzoeken dat mensen misschien al 500.000 jaar talen gebruiken die niet zo veel verschillen van de talen die wij nu gebruiken.

Time

Image: Alexandre Duret-Lutz

Om een idee te krijgen van de evolutie van taal, wordt deze gemodelleerd. Om dat te doen gebruiken onderzoekers computationele modellen, experimenten met proefpersonen of bestuderen ze talen die pas recent zijn ontwikkeld, zoals gebarentalen of zogenaamde 'creool-talen'. Op deze manier kunnen we nog steeds niet zeker weten hoe de eerste talen hebben geklonken, maar we kunnen wel onderzoeken hoe communicatiesystemen zich ontwikkelen.

Een voorbeeld van een taalevolutie-experiment, waarin de ontwikkeling van communicatiesystemen werd onderzocht, is een experiment waarin gebruik werd gemaakt van een spelletje dat lijkt op Pictionary. Spelers moesten betekenis overbrengen door middel van tekeningen. De onderzoekers ontdekten dat onderhandeling en terugkoppeling tijdens dit spel heel belangrijk waren om een succesvol communicatiesysteem te ontwikkelen.

In een ander experiment leerden proefpersonen een kunstmatige taal. Proefpersonen waren in een reeks aan elkaar verbonden: de eerste proefpersoon moest de kunstmatige taal, waarin geen regels waren, eerst zelf leren, en vervolgens moest hij wat hij zich nog van de taal kon herinneren aan een tweede proefpersoon leren. De tweede proefpersoon moest de taal (of wat hij ervan onthouden had) weer aan een derde proefpersoon leren. Op deze manier wordt gesimuleerd hoe taal wordt overgebracht van generatie op generatie, hoewel dit proces in de echte wereld duizenden jaren duurt en in dit experiment slechts een middag. De onderzoekers merkten op dat taal verandert van het hebben van verschillende woorden voor iedere betekenis naar het hebben van kortere woorden die een deel van de betekenis reflecteren en die samengevoegd kunnen worden. Er ontstond dus een taal met regels.

Er kan dus gezegd worden dat vroegere talen wellicht één woord hadden voor iedere betekenis en dat ze die woorden geleidelijk hebben opgebroken en regels creëerden om met combinaties van kleinere woorden dezelfde betekenis te verwoorden. Toch denken andere onderzoekers dat talen begonnen met korte woorden voor iedere betekenis en dat sprekers geleidelijk leerden om die woorden samen te voegen. Sommige onderzoekers denken dat taal plotseling is geëvolueerd, terwijl anderen denken dat dit langzaam is gebeurd. Sommigen denken dat delen van taal zijn ontstaan in verschillende plaatsen op hetzelfde moment, en dat ze zijn samen gebracht door contact tussen groepen. Er zijn andere onderzoekers die denken dat de eerste talen meer als muziek hebben geklonken. Er zijn ook veel suggesties dat de eerste talen gebarentalen waren, en dat gesproken talen pas later zijn ontstaan.

Onderzoekers moeten creatieve manieren vinden om dit vraagstuk te bestuderen en taalwetenschappelijke kennis combineren met psychologie, biologie, hersenonderzoek en antropologie. 

Seán Roberts & Harald Hammarström
Vertaald door Lotte Schoot & Nadine de Rue

Meer weten?

Hoe sprak de oermens? Over taalevolutie. (link)

Experimenten naar de evolutie van taal (Engels):

Communicating with slide whistles (link)
The iterated learning experiments (link)
Blog posts on language evolution experiments (link1, link2)

Verder lezen?

Galantucci, B. (2005). An Experimental Study of the Emergence of Human Communication Systems. Cognitive Science, 29, 737-767. (link)

Hurford, J. (forthcoming). Origins of language: A slim guide. Oxford University Press.

Johansson. S. (2005), Origins of Language: Constraints on hypotheses. Amsterdam: John Benjamins.

Kirby, S., Cornish, H. & Smith, K. (2008). Cumulative cultural evolution in the laboratory: An experimental approach to the origins of structure in human language. Proceedings of the National Academy of Sciences of the United States of America, 105,10681–10686. (link)

Toon of verberg antwoordWaarom kunnen apen niet praten?
Link & Share

Apen hebben, net als mensen, alle anatomische onderdelen die nodig zijn om te kunnen praten: ze hebben een keel, strottenhoofdspieren en stembanden. Aan de andere kant kunnen apen deze spieren niet zo vrij en gecoördineerd bewegen als mensen dat kunnen. Dit is de reden waarom we niet met apen kunnen praten, alhoewel ze zeker een heleboel kunnen begrijpen en ons ook goed kunnen imiteren! (Klik op de link voor een voorbeeld.)

Toch is het communicatieve gedrag van apen niet eens zo heel anders dan dat van mensen. Net als veel andere dieren hebben apen een manier van communiceren ontwikkeld. Toch weigeren de meeste onderzoekers om zo'n communicatief systeem 'taal' te noemen, in de betekenis van menselijke taal, omdat deze systemen redelijk beperkt zijn. Zo is bijvoorbeeld het aantal communicatieve gebaren dat apen gebruiken beperkt: er zijn veel minder gebaren in 'apentaal' dan er woorden zijn in 'mensentaal'. Bovendien kunnen de gebaren niet gecombineerd worden om nieuwe betekenis te krijgen, iets wat mensen wel kunnen met hun woorden. Apen kunnen ook alleen communiceren over dingen die daadwerkelijk aanwezig zijn, terwijl wij mensen ook kunnen refereren naar het verleden, de toekomst en plaatsen en objecten die niet aanwezig zijn in het hier en nu.

4.02apes

Een andere reden waarom apen niet kunnen 'praten' is omdat ze niet genoeg cognitieve capaciteit hebben, iets wat nodig is voor complexe communicatieprocessen. Mensen zijn bijvoorbeeld in staat om een beperkt aantal woorden te combineren zodat ze met die woorden een onbeperkt aantal boodschappen kunnen verwoorden. We kunnen ook woorden op volgorde zetten zodat ze zinnen vormen, en die zinnen op zo'n manier bij elkaar brengen dat ze uiteindelijk een verhaal vormen. Apen hebben niet genoeg cognitieve capaciteit om zoveel informatie te verwerken. Apen kunnen honderden woorden leren, maar kunnen die niet, zoals mensen, in een creatieve manier gebruiken om complexe betekenissen en intenties te verwoorden.

Toch heeft recent onderzoek uitgewezen dat die delen van de hersenen die zorgen dat mensen taal kunnen produceren, misschien niet alleen aanwezig waren in de voorouders van mensen, maar ook in de voorouders van chimpansees. Bovendien vonden onderzoekers dat een deel van het menselijke brein dat gebruikt wordt voor het plannen en produceren van gesproken taal en gebarentaal (het gebied van Broca) ongeveer dezelfde rol speelt in de communicatie van chimpansees.

Katrin Bangel & Franziska Hartung
Vertaald door Lotte Schoot & Jolien ten Velden

Meer weten?

Meer video's over dieren en taal (link)

Chimps May Have A 'Language-Ready' Brain (link)

Did Neandertals have language? (link)

Pinker, S. (1994). The language instinct: how the mind creates language. New York: William Morrow & Co.

Taglialatela J.P., Russell J.L., Schaeffer J.A., Hopkins W.D. (2008). Communicative Signaling Activates 'Broca's' Homolog in Chimpanzees. Current Biology, 18, 343-348. (link)

Toon of verberg antwoordIn hoeverre wordt taal door andere dieren gebruikt?
Link & Share

Wij leren onze taal, gebruiken het om te verwijzen naar dingen die ergens anders of in de toekomst of het verleden zijn, combineren bekende woorden om volledig nieuwe boodschappen te creëren, en gebruiken het met de bedoeling om andere mensen te informeren. Tot op bepaalde hoogte kunnen elk van deze kenmerken ook gevonden worden in communicatiesystemen van andere diersoorten:

Leren

Dolfijnen ontwikkelen individuele fluitsignalen, die aan soortgenoten duidelijk maken wie het is, die roept. Dwergzijdeaapjes ‘brabbelen’ net als mensenbaby's, waarbij hun vocale repertoire zich langzaam vormt naar dat van volwassenen. Deze voorbeelden van vocaal leren laten zien dat dieren in staat zijn om hun communicatie vorm te geven of aan te passen gedurende hun ontwikkeling.

Bees waggle dance

Image: Chittka L: Dances as Windows into Insect Perception. PLoS Biol 2/7/2004: e216.

Verwijzen

Bijen geven de locatie van voedsel, dat vaak ver verwijderd is, door aan leden van hun kolonie door middel van een dans, en de alarmroep van groene meerkatten verschilt naar gelang de identiteit van hun belager. Het gedrag van bijen en groene meerkatten laat ons zien dat een beperkte vorm van referentiële communicatie mogelijk is, in ieder geval verwijzend naar dingen die zich ergens anders bevinden.

Combineren

Aanwijzingen voor de combinatorische aard van niet-menselijke taal (dat wil zeggen het vermogen om bekende communicatieve elementen met elkaar te combineren om te komen tot nieuwe boodschappen) zijn beperkt. Er zijn echter wel voorbeelden beschreven, zoals de Campbellmeerkatten die componenten van hun roep combineren om betekenissen te creëren die verschillen van de oorspronkelijke delen.

Bedoelen

Of communicatie bij andere soorten intentioneel is, is met name bestudeerd bij een van de diersoorten die het meest verwant is aan mensen, de chimpansee. Chimpansees gebruiken vaker alarmroepen om te waarschuwen voor gevaar bij onwetende soortgenoten, dan bij soortgenoten die van het gevaar op de hoogte zijn. Ook verandert hun geschreeuw tijdens agressieve ontmoetingen wanneer iemand dichtbij is die waarschijnlijk hun vijand kan verslaan.

Ondanks tientallen jaren van onderzoek, is de vraag welke aspecten van menselijke taal uniek zijn en welke gedeeld worden met andere diersoorten nog grotendeels onbeantwoord. Gegeven de diversiteit van efficiënte communicatiesystemen in de dierenwereld, zou een meer interessante en productieve vraag zijn hoe communicatiesystemen bij andere dieren werken, op een wijze die volledig verschilt van de onze.

 Katherine Cronin & Judith Holler
Vertaald door Jan Mathijs Schoffelen & Lotte Schoot

Meer weten?

Documentaires over dieren en taal. (link)

Fedurek, P., & Slocombe, K. E. (2011). Primate vocal communication: A useful tool for understanding human speech and language evolution? Human Biology, 83, 153-173. (link)

Janik, V. M. (2013). Cognitive skills in bottlenose dolphin communication. Trends in Cognitive Sciences, 17, 157-159. (link)

Toon of verberg antwoordZijn er genen die zorgen dat sommige mensen beter zijn in het leren en spreken van talen?
Link & Share

Kinderen hebben het unieke en zeer mysterieuze vermogen om zonder expliciete uitleg of instructie spraak en taal te leren. Na slechts een paar jaar heeft een normaal kind een enorme woordenschat opgebouwd en kan het grammaticale regels toepassen bij het combineren van woorden tot een oneindig aantal mogelijke betekenisvolle zinnen. Voor het uitspreken van deze zinnen stuurt het kind de vele spieren van de spraakorganen met hoge snelheid en nauwkeurigheid aan. Aan de andere kant is een kind op deze jonge leeftijd al even goed in het ontcijferen van andermans uitingen. Lang werd gedacht dat het antwoord op de vraag hoe een jong kind hiertoe in staat is, te vinden is in ons DNA. Het menselijk genoom (DNA) bevat echter geen informatie over specifieke woorden of regels voor welke taal dan ook; ieder van ons moet blootgesteld worden aan een taal om die te kunnen leren. Een kind dat opgroeit tussen sprekers van het Nederlands, leert vloeiend Nederlands, maar wanneer hetzelfde kind in Japan zou opgroeien, zou het net zo gemakkelijk Japans leren spreken. Het is eerder zo dat onze genen helpen om hersenverbindingen aan te leggen die nodig zijn om de taal uit de sociale omgeving op te nemen.

2.15Genes

Lange tijd konden we slechts speculeren over de eventuele genetische bijdrage aan het taalverwervingsproces. Maar met de opkomst van moderne moleculaire technieken kunnen wetenschappers tegenwoordig individuele genen identificeren en bestuderen. Tot nu toe heeft het meeste van dit onderzoek zich gericht op het vinden van genen die de oorzaak zijn van stoornissen in de ontwikkeling van spraak en/of taal bij kinderen en volwassenen. Het gaat hierbij om stoornissen die niet verklaard kunnen worden door een andere oorzaak, zoals doofheid of een verstandelijke beperking. Uit dit onderzoek is duidelijk geworden dat er niet simpelweg één enkele factor is die hier een rol in speelt. In plaats daarvan zijn vele genen en hun onderlinge interacties verantwoordelijk voor ontwikkelingsstoornissen in taal en/of spraak. Sommige genen hebben een groter effect dan andere. Een voorbeeld van zo’n gen met een grote invloed is FOXP2, het eerste gen waarvan ontdekt is dat het betrokken is bij een erfelijke taal- en spraakstoornis. Als een kind een verstorende mutatie in dit ene gen draagt, is dat genoeg om ernstige problemen te veroorzaken bij het leren rangschikken van spraakklanken in de juiste volgorde. Iemand met zo’n mutatie draagt deze problemen zijn hele leven mee. In tegenstelling tot de zeldzame en ernstige mutaties in FOXP2, komt variatie in andere genen, zoals CNTNAP2, ATP2C2 of CMIP, veel vaker voor. Varianten van deze genen zorgen voor subtielere effecten. Zij vergroten de kans op taalproblemen slechts in lichte mate.

Hoewel er veel bekend is over de genetische varianten die tot taalproblemen leiden, is er weinig inzicht in de genetische effecten die kunnen verklaren waarom sommige 'gezonde' mensen beter of slechter zijn in het leren of verwerven van taal. Sommige genen die betrokken zijn bij taalstoornissen, zoals CNTNAP2, hebben ook effect op de taalontwikkeling en het talig functioneren van mensen zonder zulke stoornissen. Er is echter verder onderzoek nodig om de genen en hun varianten bloot te leggen die sommige mensen een ‘talenknobbel’ geven, maar andere mensen niet. Een belangrijke stap in dit onderzoek zou zijn om de nieuwste genoomtechnieken toe te passen en daarmee te kijken naar het andere uiterste van het sprectrum: mensen met een buitengewoon talent voor het verwerven of gebruiken van taal.

Katerina Kucera & Simon Fisher
Vertaald door Nadine de Rue & Lotte Schoot

Meer weten?

The Language Fossils Buried in Every Cell of Your Body. (link)

Graham S.A., Fisher, S.E. (2013). Decoding the genetics of speech and language. Current Opinion in Neurobiology, 23, 43-51. (link)

 

Click to start the video on YouTube

About MPI

This is the MPI

The Max Planck Institute for Psycholinguistics is an institute of the German Max Planck Society. Our mission is to undertake basic research into the psychological,social and biological foundations of language. The goal is to understand how our minds and brains process language, how language interacts with other aspects of mind, and how we can learn languages of quite different types.

The institute is situated on the campus of the Radboud University. We participate in the Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, and have particularly close ties to that institute's Centre for Cognitive Neuroimaging. We also participate in the Centre for Language Studies. A joint graduate school, the IMPRS in Language Sciences, links the Donders Institute, the CLS and the MPI.

 
Vragen en Antwoorden

Stuur de onderzoekers van
het MPI een nieuwe vraag: 

Outlined font 1,5 pt wide cirkle 3 pt.

Dit project werd door Katrien 
Segaert,
Katerina Kucera en 
Judith Holler
 opgestart. 

Momenteel wordt dit project
gecoördineerd door:
Katerina Kucera
Sean Roberts
Agnieszka Konopka
Gwilym Lockwood
Connie de Vos

Vroegere leden:
Joost Rommers
Mark Dingemanse