You are here: Home Q&A Vragen en Antwoorden

Vragen en Antwoorden

Questions and Answers English Fragen und Antworten Deutsch

Is er iets wat u altijd al hebt willen weten over taal? Wij hebben misschien het antwoord! Op deze pagina beantwoorden we vragen over taal die gesteld zijn door mensen die geen taalonderzoeker zijn. Heeft u een vraag over taal? Stuur ons uw vraag via deze link! Onderzoekers van het Max Planck Instituut zullen regelmatig vragen selecteren en nieuwe antwoorden publiceren. Bezoek ons dus opnieuw in de toekomst, want dan vindt u hier nieuwe antwoorden en komt u nog meer te weten over taal. 

Toon of verberg antwoordTaal en programmeren in de hersenen
Link & Share

Siegmund en collega’s (2014) hebben voor het eerst wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het verband tussen programmeren en andere cognitieve gebieden, zoals taalverwerking, in ieder geval door het gebruik van moderne methoden om de hersenen in beeld te brengen. Ze gebruikten functional magnetic resonance imaging (fMRI). Deze methode meet veranderingen in het plaatselijke zuurstofgehalte van het bloed, ten gevolge van hersenactiviteit in verschillende netwerken in het brein. Informatica studenten werden gescand terwijl ze stukjes programmeercode lazen om ze te begrijpen en terwijl ze soortgelijke programmeercode lazen waarbij ze zochten naar programmeerfouten zonder begrip van de code. De resultaten lieten activatie zien in de klassieke taalnetwerken in het brein, waaronder het gebied van Broca, Wernicke en Geschwind, met name in de linker hersenhelft.

De programmeercode was ontworpen om zogenaamd bottom-up begrip te versterken. Hiermee wordt het regel voor regel en instructie voor instructie lezen en begrijpen bedoeld, in plaats van het overzien van de algehele structuur van de code. Dit proces kan men vergelijken met taalprocessen zoals woorden achter elkaar plakken met behulp van grammatica om een samenhangende betekenis te krijgen (of betekenis vinden over de zinnen in een tekst). Het is mogelijk, zoals ook gesuggereerd in de informatica literatuur over belangrijke vaardigheden voor goede programmeurs (Dijkstra, 1982), dat mensen die hun moedertaal goed beheersen ook efficiëntere software ontwikkelaars zijn. Een mechanistische verklaring hiervoor zou de sterkte van de verbindingen tussen de genoemde hersengebieden kunnen zijn, welke per persoon verschillen. Samenvattend zijn er soortgelijke hersennetwerken gevonden voor programmeren en taalbegrip.

 

By: Julia Udden, Harald Hammarström and Rick Janssen

Vertaald door: Sara Bögels & Connie de Vos

 

Siegmund, J., Kästner, C., Apel, S., Parnin, C., Bethmann, A., Leich, T., Saake, G. & Brechmann, A. (2014) Understanding Understanding Source Code with Functional Magnetic Resonance Imaging. In Proceedings of the ACM/IEEE International Conference on Software Engineering (ICSE).

Dijkstra. How Do We Tell Truths that Might Hurt? In Selected Writings on Computing: A Personal Perspective, 129–131. Springer, 1982.

Toon of verberg antwoordWaarom keert bij sommige tweetalige patiënten na een beroerte maar één van de twee talen terug?
Link & Share

Wanneer iemand een beroerte krijgt, wordt de doorbloeding van bepaalde hersengebieden plots verstoord. Dat kan op twee manieren: een bloedvat knapt en begint te bloeden (hersenbloeding) of een bloedvat raakt geblokkeerd door bijvoorbeeld een bloedprop (herseninfarct). Wanneer dit gebeurt in een hersengebied dat belangrijk is voor taal, kunnen taalfuncties gedeeltelijk of geheel verloren gaan. Dit ziektebeeld wordt afasie genoemd. Patiënten kunnen na voldoende tijd, behandeling en revalidatie tot op zekere hoogte van deze aandoening herstellen. Mensen die twee (of meer) talen spreken - tweetaligen - kunnen op verschillende manieren van afasie herstellen. Het meest voorkomende is dat een tweetalige patiënt in beide talen in vergelijkbare mate herstelt: dit heet parallelle afasie. In sommige gevallen is het echter zo dat het herstel van tweetalige patienten ongelijk verdeeld is over zijn/haar talen. Dit type van herstel wordt selectieve afasie genoemd.

7_13_strokepatients

Het bestaan van selectieve afasie maakte dat onderzoekers in eerste instantie geloofden dat elke taal van een tweetalige persoon in een ander hersengebied gelokaliseerd moet zijn, gezien het feit dat na een beroerte de ene taal beter herstelt dan de andere. Met behulp van hersenscans zijn we er echter achtergekomen dat deze aanname niet correct is. Integendeel. Wanneer een persoon vele talen spreekt, activeren die allemaal een gemeenschappelijk netwerk van hersengebieden. Hoewel het volledige plaatje van hoe het brein meerdere talen genereert nog altijd niet helemaal bekend is, zijn er wel enkele factoren bekend die lijken te beïnvloeden in welke mate de talen van een tweetalige persoon na een beroerte herstellen. Als een persoon in een taal minder vaardig is dan in de andere, dan is de kans kleiner dat die taal tot hetzelfde niveau herstelt als de andere. Hoe meer een vaardigheid geautomatiseerd is, hoe gemakkelijker die herstelt. Iets dat moeite kost, zoals het spreken van een taal die je zelden gebruikt, herstelt ook moeilijker. Sociale factoren en emotionele betrokkenheid spelen ook een grote rol als we willen begrijpen welke taal na een beroerte herstelt. Je kunt hierbij bijvoorbeeld denken aan hoe vaak welke taal gebruikt wordt, of welke emoties geassocieerd worden met welke taal. Tot op heden is het nog steeds onduidelijk hoe deze factoren precies de mate van herstel beïnvloeden.

Een van de hedendaagse theorieën over waarom in meertalige afasiepatienten de ene taal beter herstelt dan de andere is dat de beroerte dan specifieke mechanismen in de hersenen heeft beschadigd die ervoor zorgen dat je bijvoorbeeld de ene taal kan onderdrukken (of uitzetten) wanneer je de andere taal gebruikt. Als de mechanismen die hiervoor zorgen beschadigd raken, is de patiënt wellicht niet langer in staat om in beide talen gelijkmatig te herstellen. Het lijkt dan alsof de patiënt een taal volledig verloren heeft, terwijl het probleem zit in controle over die taal. Onderzoekers hebben recentelijk ontdekt dat dit soort mechanismen meer aangedaan zijn bij tweetalige mensen met selectieve afasie die in slechts één taal herstellen, dan in tweetaligen met parallelle afasie, bij wie beide talen in gelijke mate herstellen. Gedurende het proces van taalherstel na een beroerte worden de verbindingen tussen taal- en controlegebieden opnieuw aangelegd. Dit interessante gegeven ondersteunt de eerdergenoemde theorie die selectieve afasie relateert aan verminderde/aangedane controle mechanismen. Dit is slechts één van de vele theorieën. Op dit moment proberen onderzoekers erachter te komen welke andere oorzaken ten grondslag liggen aan de verrassende patronen in herstel bij twee- of meertalige afasie.

Diana Dimitrova and Annika Hulten

Vertaald door Nadine de Rue en Lotte Schoot

Fabbro, F. (2001). The bilingual brain: Bilingual aphasia. Brain and Language, 79(2), 201-210. pdf

Green, D. W., & Abutalebi, J. (2008). Understanding the link between bilingual aphasia and language control. Journal of Neurolinguistics, 21(6), 558-576.

Verreyt, N. (2013). The underlying mechanism of selective and differential recovery in bilingual aphasia. Department of Experimental psychology, Ghent, Belgium. pdf

Toon of verberg antwoordHoe creëren we spraakklanken?
Link & Share

Veruit de meeste spraakklanken worden geproduceerd met een luchtstroom vanuit de longen, die via de mond of neus het lichaam verlaat. We gebruiken deze luchtstroom om specifieke klanken te vormen met behulp van onze stembanden en/of de vorm en stand van onze mond en tong.

7.11 p b f v

Tijdens het produceren van een medeklinker vormen we ergens in de mond een obstructie. Deze obstructie kan de luchtstroom volledig tegen houden of de opening waarlangs de lucht stroomt verkleinen. In dit laatste geval ontstaat een soort ruis. Als we een ‘p’-klank of een ‘t’-klank uitspreken, wordt de luchtstroom tegengehouden door respectievelijk onze lippen en onze tong. Een verkleining van de opening door de lippen en tanden ontstaat bij de uitspraak van een ‘f’-klank, terwijl het onze tong is die voor de verkleining zorgt bij de productie van een ‘s’-klank. Ook onze stembanden worden gebruikt om onderscheid te maken tussen medeklinkers. Wanneer we onze stembanden bij elkaar brengen dan doet de passerende luchtstroom hen trillen, wat als gebrom klinkt. Wanneer onze stembanden verder uit elkaar staan dan trillen ze niet. Dit verschil kun je voelen door je vinger op je adamsappel te leggen en hardop ‘sss’- en ‘zzz’-klanken te maken. Kun je voelen dat de ‘zzz’-klank stemhebbend is (d.w.z. met trilling van de stembanden) en de ‘sss’-klank niet?

7.11 s z m

 

Het produceren van een klinker gaat gepaard met een verandering in de vorm van onze mond en met het bewegen met onze tong, lippen en kaak. De verschillende vormen van het spraakkanaal (mond- en keelholte) fungeren als akoestische filters die de brom van de stembanden op verscheidene manieren veranderen. We plaatsen onze tong voorin de mond en spreiden onze lippen om een ‘ie’-klank te maken, als we daarentegen onze tong achterin de mond plaatsen en onze lippen een ronde vorm geven dan produceren we een ‘oe’-klank. Voor een ‘aa’-klank leggen we onze tong op de bodem van de mond, brengen we onze kaak omlaag en openen we onze lippen wijd.

Er zijn nog andere manieren om spraakklanken te creëren. Zo kunnen we bijvoorbeeld de luchtstroom door de neus laten vloeien om nasale klanken (zoals een ‘m’-klank) te vormen. Daarnaast zijn er bepaalde Afrikaanse talen waarin met de tong een klein vacuüm wordt gecreëerd waarna deze wordt losgelaten met een klik tot gevolg.

 Matthias Sjerps, Matthias Franken & Gwilym Lockwood
Vertaald door Lorijn Zaadnoordijk & Lotte Schoot

Verder Lezen?

De Spraakorganen (link)

Ladefoged, P. (1996). Elements of acoustic phonetics (second ed.) (link)

Nooteboom, S.G. & Cohen, A (1995). Spreken en verstaan / druk 4. Een nieuwe inleiding tot de experimentele fonetiek.

Toon of verberg antwoordIn hoeverre verschilt praten tijdens je slaap van praten wanneer je wakker bent?
Link & Share

Mensen doen allerlei dingen terwijl ze slapen. Ze bewegen, mompelen, lachen, en sommigen onder ons fluisteren of praten soms in hun slaap. Praten in de slaap (ofwel ‘somniloquy’) komt voor op alle leeftijden en tijdens alle fases van slaap. Maar wat is precies het verschil tussen praten tijdens de slaap en de normale spraak die iemand overdag produceert?

7.09 sleep

Image: Paul Sapiano

Taal geproduceerd tijdens het slapen bevat relatief meer fouten dan taal geproduceerd wanneer iemand wakker is. Mensen die in hun slaap praten kunnen bijvoorbeeld moeite hebben bij het vinden van woorden, of individuele klanken in een woord verwisselen (ze zeggen dan bijvoorbeeld hoterbam in plaats van boterham). Dit gebeurt natuurlijk ook wel eens tijdens normaal taalgebruik overdag, maar komt relatief vaker voor tijdens de slaap. Zo lijkt praten tijdens de slaap wel eens op de spraak van sommige afatische patiënten. Ook heeft het praten in de slaap wat weg van de spraak die schizofrene patiënten soms produceren, in dat er minder cohesie lijkt te bestaan tussen elkaar opvolgende zinnen, hetgeen leidt tot een relatief incoherent geheel. Ten slotte is spraak in de slaap vaak slechter gearticuleerd (mompelen) en bevat het soms onbegrijpelijke woorden of door de spreker nieuw uitgevonden woorden (neologismen).

Echter, misschien wel het meest opvallend is dat praten in de slaap en praten wanneer men wakker is zoveel op elkaar lijken. Mensen produceren hele volzinnen wanneer ze slapen en de grammaticale structuur van de zin is vaak perfect in orde. Er bestaan zelfs anekdotes over mensen die in slaap meer welbespraakt en creatief zouden zijn dan overdag, bijvoorbeeld wanneer ze een tweede taal spreken.

Praten in je slaap duidt niet noodzakelijk op een psychisch probleem of een psychopathologie. Het kan echter voorkomen in combinatie met slaapstoornissen zoals somnambulisme (het rondwandelen tijdens de slaap). Verder praten mensen die een traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt (zoals soldaten die in een oorlog hebben gevochten) vaker dan mensen zonder trauma. Buiten zulke omgevingsfactoren is er ook een genetische component van invloed op het praten in de slaap. Wanneer je ouders notoire slaap-praters zijn, is er een grotere kans dat je zelf ook in je slaap zult praten.

Kortom, in taalkundig opzicht is de spraak die geproduceerd wordt tijdens de slaap minder verschillend van de taal die men overdag produceert dan je zou verwachten. Het belangrijkste verschil komt neer op de volkswijsheid dat je ’s nachts minder controle hebt over wat je zegt dan overdag. Of, zoals The Romantics het in hun hit uit 1984 bezingen: ‘I hear the secrets that you keep; When you're talking in your sleep; and I know that I’m right; cause I hear it in the night’.   

Of dit ook echt zo is, is nog niet wetenschappelijk onderzocht.

David Peeters & Roel M. Willems
Vertaald door David Peeters & Jolien ten Velden

Verder Lezen?

Arkin, A. (1981). Sleep talking. Psychology and psychophysiology. Hillsdale, NJ: Lawrence Erlbaum Associates.

Toon of verberg antwoordGebruiken mensen die meertalig opgroeien meer hersengebieden voor taal? En, werken onze hersenen vooral harder voor talen met verschillende structuren?
Link & Share

Alle mensen die meer dan één taal spreken worden tweetalig (of meertalig) genoemd, maar er zijn veel manieren waarop een persoon tweetalig kan worden. Sommige mensen leren hun tweede taal tegelijk met hun eerste taal, terwijl anderen pas beginnen met het leren van de tweede taal als ze de eerste taal (ook wel moedertaal) al geleerd hebben. In beide gevallen is het mogelijk dat je allebei de talen vloeiend leert spreken. Het lijkt zelfs zo te zijn dat hoe goed je bent in een taal meer invloed heeft op je hersenen dan het moment waarop je die taal hebt geleerd. Hersenonderzoek laat zien dat wanneer een persoon even goed is in twee talen het brein dezelfde gebieden gebruikt, en dat die gebieden even actief zijn , om die talen te spreken en te begrijpen.

bilingual sign

Maar lang niet alle meertaligen zijn even goed in alle talen die ze spreken. Als men in dit geval de hersenactiviteit vergelijkt voor het gebruik van de eerste en de tweede taal, dan tonen de hersenen activatie in dezelfde hersengebieden, maar deze gebieden zijn meer actief voor de tweede taal. Daarnaast kunnen voor het verwerken van de tweede taal ook nog extra hersengebieden ingezet worden, die vaak gelinkt worden aan controle en aandacht. Dat betekent dat als iets moeilijker is (zoals het spreken van de tweede taal) de hersenen harder moet werken.

Velen hebben ons gevraagd of tweetaligen die talen met een verschillende structuur spreken die talen anders verwerken in het brein. Talen varieren in hoe de relatie tussen woorden in een zin wordt uitgedrukt (wie doet wat bijwie). Sommige talen zoals Engels, Nederlands en Chinees veranderen de positie van de woorden in een zin (dit wordt de woordvolgorde genoemd). Andere talen zoals Japans en Koreaans voegen korte woorden in zonder een bepaalde betekenis (dit worden partikels genoemd) die de relaties tussen woorden aanduiden. Als de twee talen van een tweetalige niet tot dezelfde familie behoren (zoals Engels en Japans), zou men misschien verwachten dat ze niet op dezelfde manier verwerkt worden, zelfs als de tweetalige persoon beide talen even goed beheerst. Momenteel zijn er weinig studies die dit onderzoeken, maar er is ten minste één studie bij mensen met Chinees of Koreaans als moedertaal die zowel Engels en Japans als tweede taal spreken. Deze studie toonde aan dat hersenactivatie bepaald wordt door in hoeverre de grammatica (de structuur) van de tweede taal lijkt op die van de moedertaal. Voor meting met Engels (de tweede taal) was er meer hersenactivatie in het taalsysteem voor mensen met Koreaans als moedertaal dan voor mensen met Chinees als moedertaal. Dit was zo omdat Engels en Koreaans meer van elkaar verschillen dan Chinees en Koreaans. Voor metingen met Japans als tweede taal was er iets meer hersenactivatie voor mensen met Chinees als moedertaal dan mensen met Koreaans als moedertaal. Dit is opnieuw omdat Chinees en Japans meer van elkaar verschillen dan Koreaans en Japans. Een verklaring voor deze bevindingen is dat naast de leeftijd waarop je een taal leert en hoe goed je in een taal bent, hersenactiviteit bepaald wordt door verschillen en gelijkenissen tussen het grammaticasysteem van talen. Soms kan het langer duren voor het brein om een tweede taal even makkelijk te kunnen verwerken als de eerste taal, hoewel de spreker de tweede taal wel al op hetzelfde niveau beheerst. Echter, meer onderzoek is nodig om dat te kunnen bevestigen. We kunnen ieder geval zeggen dat welke taal er ook gesproken wordt, dezelfde taal-gerelateerde hersengebieden nodig zijn om die taal te kunnen spreken.  

Annika Hulten & Diana Dimitrova
Vertaald door Lotte Schoot & Katrien Segaert

Verder lezen?

Abutalebi, J. (2008). Neural aspects of second language representation and language control. Acta Psychologica,128, 466-478.

Kotz, S. A. (2009). A critical review of ERP and fMRI evidence on L2 syntactic processing. Brain Language, 109, 68-74.

Jeong, H., Sugiura, M., Sassa, Y., Yokoyama, S., Horie, K., Sato, S., & Kawashima, R. (2007). Cross-linguistic influence on brain activation during second language processing: An fMRI study. Bilingualism Language and Cognition10(2), 175.

Click to start the video on YouTube

About MPI

This is the MPI

The Max Planck Institute for Psycholinguistics is an institute of the German Max Planck Society. Our mission is to undertake basic research into the psychological,social and biological foundations of language. The goal is to understand how our minds and brains process language, how language interacts with other aspects of mind, and how we can learn languages of quite different types.

The institute is situated on the campus of the Radboud University. We participate in the Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, and have particularly close ties to that institute's Centre for Cognitive Neuroimaging. We also participate in the Centre for Language Studies. A joint graduate school, the IMPRS in Language Sciences, links the Donders Institute, the CLS and the MPI.

 
Vragen en Antwoorden

Stuur de onderzoekers van
het MPI een nieuwe vraag: 

Outlined font 1,5 pt wide cirkle 3 pt.

Dit project werd door Katrien 
Segaert,
Katerina Kucera en 
Judith Holler
 opgestart. 

Momenteel wordt dit project
gecoördineerd door:
Katerina Kucera
Sean Roberts
Agnieszka Konopka
Gwilym Lockwood
Connie de Vos

Vroegere leden:
Joost Rommers
Mark Dingemanse