You are here: Home Q&A Vragen en Antwoorden

Vragen en Antwoorden

Questions and Answers English Fragen und Antworten Deutsch

Is er iets wat u altijd al hebt willen weten over taal? Wij hebben misschien het antwoord! Op deze pagina beantwoorden we vragen over taal die gesteld zijn door mensen die geen taalonderzoeker zijn. Heeft u een vraag over taal? Stuur ons uw vraag via deze link! Onderzoekers van het Max Planck Instituut zullen regelmatig vragen selecteren en nieuwe antwoorden publiceren. Bezoek ons dus opnieuw in de toekomst, want dan vindt u hier nieuwe antwoorden en komt u nog meer te weten over taal. 

Toon of verberg antwoordWaarom roep je ‘au’ bij plotselinge pijn?
Link & Share

In deze vraag zitten twee vragen verborgen. Voor een helder antwoord kunnen we die het beste opbreken:

(1) Waarom roepen we als we pijn hebben?

(2) Waarom roepen we ‘au!’ en niet iets anders?

Bij de eerste vraag zijn we in het gezelschap van een hoop andere dieren. Kreten van pijn komen door heel het dierenrijk voor. Waarom? Darwin, die in 1872 een boek schreef over emoties bij mens en dier, dacht dat het samenhing met de sterke spiersamentrekkingen  die bijna elk dier vertoont bij een pijnscheut — een geritualiseerde versie van het zich bliksemsnel onttrekken aan een pijnlijke stimulus. Maar dat brengt ons nog niet veel verder: waarom zou de mond daarbij open moeten gaan? Onderzoek sindsdien heeft uitgewezen dat kreten in het dierenrijk ook communicatieve functies hebben: bijvoorbeeld om soortgenoten te alarmeren bij gevaar, om hulp te roepen, of om zorgend gedrag op te wekken. Die laatste functie begint al in de eerste seconden van ons leven, wanneer we het op een huilen zetten en onze moeder ons zorgzaam in de armen neemt. Baby’s, en trouwens de jongen van veel dieren, hebben hele repertoires aan verschillende kreten. In die repertoires is de pijnkreet — de uitroep bij een acute pijnbeleving— altijd duidelijk herkenbaar: een plotseling begin, een hoge intensiteit, en een relatief korte duur. Hier zien we al de contouren van ons “au!”. En daarmee komen we aan bij het tweede deel van de vraag.

0.97.323_pain

Waarom au en niet iets anders? Eerst moeten we de vraag kritisch bekijken. Is het echt nooit anders? Zeg je au als je op je duim slaat of is het “aaaah!”? In de realiteit is er flink wat variatie. Toch is de variatie niet oneindig. Niemand roept bibibibibi of vuuuuu in plotselinge pijn. Pijnkreten zijn variaties op een thema. Dat thema begint met een “aa” vanwege de vorm van ons spraakkanaal bij wijd open mond, en klinkt als “aau” als de mond daarna weer snel naar een dichte stand beweegt. Het woordje “au” vat dat thema prima samen. Daarmee hebben we meteen een belangrijke functie van taal te pakken. Taal helpt ons om ervaringen die nooit volledig hetzelfde zijn toch als soortgelijk te beoordelen. Dat is handig, want als we het willen hebben over “iemand die au roept” hoeven we niet de kreet precies te imiteren. In die zin is au een talig woord en geen kreet meer. Is au dan ook in alle talen hetzelfde? Bijna, maar niet helemaal, want elke taal gebruikt zijn eigen inventaris van klanken voor het beschrijven van de pijnkreet. In het Duits is het “au!”, een Engelsman zegt “ouch!”, en voor iemand uit Israel “oi!” — althans zo schreef Byington in 1942 in één van de eerste vergelijkende studies van uitroepen van pijn.

Ieder van ons komt ter wereld met een repertoire van kreten, en leert daarbovenop een taal. Die taal maakt dat we meer kunnen dan het uitschreeuwen — we kunnen er ook over praten. Gelukkig maar, want anders was er van dit antwoord niets terecht gekomen.

 Geschreven door Mark Dingemanse en gepubliceerd in “Kennislink Vragenboek”

Toon of verberg antwoordWat is lichaamstaal?
Link & Share

Mensen 'praten' met elkaar zonder ook maar een woord te zeggen. Lichaamstaal is een vorm van non-verbale communicatie en het wordt vaak gezegd dat lichaamstaal informatie overbrengt over wat je van iets of iemand vindt of hoe je je voelt. Een bekend voorbeeld van lichamelijk gedrag dat dit soort informatie overbrengt is je houding. Achteroverleunen en je armen over elkaar slaan wordt bijvoorbeeld meestal geïnterpreteerd als een 'gesloten' houding ten opzichte van een interactie; deze houding is tegenovergesteld aan hoe we ons iemand voorstellen die open staat voor interactie en geïnteresseerd is in zijn gesprekspartner. Een ander voorbeeld is dat je tijdens een interactie ook je positie ten opzichte van je gesprekspartner kunt aangeven: je armen kruisen met je handen achter je hoofd  en je ellebogen wijd wordt vaak geassocieerd met het uitstralen van macht en overheersing.

1.05

Toch moeten we de relatie tussen een bepaalde positie van een lichaamsdeel en de informatie die je daarmee overbrengt niet zien als een vaststaande één op één relatie; het zijn eerder associaties. Het woord 'lichaamstaal' wordt vaak gebruikt om te suggereren dat er een lichamelijke 'code' is, waarin verschillende (combinaties van) posities van lichaamsdelen verschillende, specifieke betekenissen hebben. Hiervan zijn verschillende voorbeelden te vinden op het internet: zo zou het draaien van je voet in de richting van een bepaalde persoon laten zien dat je geïnteresseerd bent in die persoon op het romantische vlak, zou het uitblazen van sigarettenrook in een bepaalde richting staan voor zelfvertrouwen en zou het plaatsen van je hand op je heup met een vinger in de lus van je riem laten zien dat je klaar bent voor seksuele interactie (zie figuur 181 link). Toch is er maar weinig reden om aan te nemen dat dit is hoe lichaamstaal werkt. Lichaamstaal moet eerder gezien worden als een combinatie van houdingen op verschillende niveaus. Bovendien is er interactie tussen de verschillende niveaus en met wat we zeggen en doen - lichaamstaal is een complex systeem dat zich aanpast aan de context waarin een persoon zich bevindt. Er bestaat niet zoiets als een 'geheime code' met specifieke functies die je je aan kunt leren.

Het is belangrijk om op te merken dat 'lichaamstaal' iets heel anders is dan sommige andere vormen van communicatie waarbij het lichaam gebruikt wordt, zoals gebaren die samengaan met spraak. Deze gebaren zijn bewegingen van een lichaamsdeel, vaak een hand of een arm, die informatie uitbeelden die sterk gerelateerd is aan de spraak die op dat moment te horen is (bijvoorbeeld iemand die cirkels tekent in de lucht met een uitgestrekte wijsvinger om een ronddraaiende beweging te laten zien terwijl ze praat over een helikopter). Een andere vorm van communicatie met het lichaam is gebarentaal. Dit is weer anders dan het gebruiken van gebaren terwijl je praat, en ook anders dan lichaamstaal: gebarentalen zijn complete talen, net als het Nederlands of Engels. Toch hebben gebaren in gebarentaal en gebaren die samengaan met spraak iets gemeen: ze worden gebruikt om betekenis (zoals feitelijke informatie over de wereld waarin we leven) over te dragen aan iemand anders (maar op verschillende manieren; zie ook het antwoord op de vraag 'Kan lichamelijke communicatie dienst doen als een universeel, non-verbaal communicatiemiddel?'). Daarom zijn gebaren in gebarentaal en gebaren die samengaan met spraak fundamenteel verschillend van de non-verbale signalen waaruit lichaamstaal bestaat.

Je kunt je afvragen of lichaamstaal dan wel iets toevoegt aan menselijke communicatie. Hoewel het moeilijk is om te bepalen hoeveel informatie er precies wordt overgebracht door lichaamssignalen, wordt er over het algemeen gedacht dat lichaamstaal op zijn minst zo belangrijk is als de taal die we spreken - als het niet belangrijker is - en dat het een belangrijke invloed heeft op communicatie tussen mensen. In sommige situaties kan het lichaam onmiddellijk datgene 'zeggen' waar anders vele woorden nodig waren geweest. En soms kan ons lichaam dingen communiceren die we überhaupt niet in woorden kunnen vatten.

 Judith HollerFranziska Hartung & Charlotte Poulisse
Vertaald door  Lotte Schoot & Lorijn Zaadnoordijk

Further Reading:

Gestures in daily encounters (link)

Albert, M. (1971). Silent Messages. Belmont, CA: Wadsworth.

Argyle, M. (1975). Bodily Communication. Methuen: London.

Toon of verberg antwoordHoe werkt manipulatie door taal?
Link & Share

Er zijn veel manieren waarop je iemand met taal kunt manipuleren. Zo kun je bijvoorbeeld de aandacht vestigen op positieve in plaats van op negatieve woorden ('95% vetvrij' in plaats van '5% vet'). Ook kan je neutrale informatie een emotionele ondertoon geven door te spelen met intonatiepatronen, belangrijke informatie kan 'weggemoffeld' worden door het bewust in die delen van de zin te plaatsen waar mensen doorgaans weinig aandacht aan besteden, enzovoort. Met andere woorden: taal biedt ons vele instrumenten om anderen te manipuleren. Hier zal de focus liggen op hoe metaforen hiervoor ingezet kunnen worden.

Puppethttp://doctor-major.deviantart.com/art/Puppet-Show-383091069

Image: Doctor-Major

Door het gebruik van metaforen kan het oordeel van de luisteraar in een bepaalde, gewenste, richting worden gestuurd. Twee Stanford-psychologen, Paul Thibodeau en Lera Boroditsky, hebben onderzocht hoe dit werkt. Zij lieten een groep proefpersonen criminaliteitsstatistieken zien met een begeleidende tekst waarin criminaliteit vergeleken werd met een beest (‘azend op de stad’, ‘loerend in de buurt’), en een andere groep kreeg statistieken te zien waarin criminaliteit als een virus (‘de stad besmetten’, ‘een plaag voor de buurt’) werd neergezet. Vervolgens werd aan de proefpersonen gevraagd wat zij aan de criminaliteit zouden doen. De eerste groep proefpersonen (de 'beest'-groep) was geneigd om rechtshandhavingsmaatregelen aan te dragen, zoals het vastzetten van criminelen, het handhaven van de wet of het straffen van wetsovertreders. Aan de andere kant stelde de tweede groep (de 'virus' -groep) veel vaker hervormingsmaatregelen voor, zoals het diagnosticeren en behandelen van of het beschermen tegen criminaliteit. Het plaatsen van dezelfde informatie in verschillende contexten bleek zelfs een groter effect op de voorkeur voor een bepaalde aanpak tegen criminaliteit te hebben dan de factoren die reeds bekend staan om hun invloed hierop. Zo is bekend dat affiniteit met conservatief-politieke denkbeelden en daders van het mannelijke geslacht mensen bevooroordeelt jegens de handhavingsmaatregelen, maar dit effect is dus niet zo sterk als het gebruiken van een beest-metafoor.

Waarom realiseren mensen zich niet dat metaforen niet letterlijk genomen moeten worden? Criminaliteit is natuurlijk nooit bedoeld als daadwerkelijk beest of virus en je kunt er vanuit gaan dat de proefpersonen dat begrepen hebben. Het feit dat deze metaforen toch een invloed hebben op mensen heeft te maken met de manier waarop metaforen worden verwerkt. Om metaforen te verwerken wordt hun primaire betekenis altijd geactiveerd, of de context dat nu vereist of niet. Dit kan worden aangetoond met hersenonderzoek. Een team van neurowetenschappers uit Cambridge geleid door Veronique Boulenger lieten hun proefpersonen zinnen horen zoals ‘hij pakte het idee op’ en vergeleken het patroon in hersenactiviteit dat dit teweegbracht met zinnen als ‘hij pakte hem bij de schouders’. Het bleek dat hand-gerelateerde hersengebieden geactiveerd werden in beide zinnen, hoewel het oppakken van een idee niets te maken heeft met iets daadwerkelijk op- of beetpakken.

Manipuleren door middel van taal kan dus gebruik maken van het feit dat sprekers de primaire betekenis van een woord niet kunnen onderdrukken en metaforen kunnen daar uitstekend voor worden ingezet. Zoals we hebben gezien kan dit vervolgens zelfs ingezet worden om politiek gevoelige kwesties zoals criminaliteitsbestrijding te beïnvloeden.

Richard Kunert & Diana Dimitrova
Vertaald door Charlotte Poulisse & Lotte Schoot

Verder Lezen?

Boulenger, V., Hauk, O., & Pulvermüller, F. (2009). Grasping Ideas with the Motor System: Semantic Somatotopy in Idiom Comprehension. Cebrebral Cortex, 19, 1905-1914. (link)

Thibodeau, P.H., & Boroditsky, L. (2011). Metaphors We Think With: The Role of Metaphor in Reasoning. Plos One, 6, e16782. (link)

Click to start the video on YouTube

About MPI

This is the MPI

The Max Planck Institute for Psycholinguistics is an institute of the German Max Planck Society. Our mission is to undertake basic research into the psychological,social and biological foundations of language. The goal is to understand how our minds and brains process language, how language interacts with other aspects of mind, and how we can learn languages of quite different types.

The institute is situated on the campus of the Radboud University. We participate in the Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, and have particularly close ties to that institute's Centre for Cognitive Neuroimaging. We also participate in the Centre for Language Studies. A joint graduate school, the IMPRS in Language Sciences, links the Donders Institute, the CLS and the MPI.

 
Vragen en Antwoorden

Stuur de onderzoekers van
het MPI een nieuwe vraag: 

Outlined font 1,5 pt wide cirkle 3 pt.

Dit project werd door Katrien 
Segaert,
Katerina Kucera en 
Judith Holler
 opgestart. 

Momenteel wordt dit project
gecoördineerd door:
Katerina Kucera
Sean Roberts
Agnieszka Konopka
Gwilym Lockwood
Connie de Vos

Vroegere leden:
Joost Rommers
Mark Dingemanse