You are here: Home Q&A Vragen en Antwoorden Gaan talen na verloop van tijd meer op elkaar lijken of gaan ze juist meer van elkaar verschillen?

Vragen en Antwoorden

Questions and Answers English Fragen und Antworten Deutsch

Is er iets wat u altijd al hebt willen weten over taal? Wij hebben misschien het antwoord! Op deze pagina beantwoorden we vragen over taal die gesteld zijn door mensen die geen taalonderzoeker zijn. Heeft u een vraag over taal? Stuur ons uw vraag via deze link! Onderzoekers van het Max Planck Instituut zullen regelmatig vragen selecteren en nieuwe antwoorden publiceren. Bezoek ons dus opnieuw in de toekomst, want dan vindt u hier nieuwe antwoorden en komt u nog meer te weten over taal. 

Gaan talen na verloop van tijd meer op elkaar lijken of gaan ze juist meer van elkaar verschillen?

Een standaard aanname over taalverandering is dat wanneer twee groepen mensen van elkaar geïsoleerd raken, de taal die door elk van deze gemeenschappen gebruikt wordt van elkaar zal gaan verschillen. Wanneer de twee gemeenschappen weer met elkaar in contact komen, is er sprake van taalcontact en kunnen hun talen weer meer op elkaar gaan lijken. Dit kan bijvoorbeeld door het 'lenen' van bepaalde aspecten van een taal. In veel delen van de wereld hebben talen aspecten van andere talen geleend, zoals in het geval van leenwoorden. Een recent voorbeeld is het woord ‘internet’, dat in veel talen is opgenomen. Voordat globale communicatie mogelijk was, vond deze uitwisseling enkel plaats tussen talen die gesproken werden in hetzelfde geografische gebied. Het zou kunnen dat talen die gesproken worden in hetzelfde gebied daarom vaak op elkaar lijken. Taalkundigen noemen dit ‘areal effects’ (geografisch gebonden uitwisseling). Deze effecten worden beïnvloed door sociale en taalkundige factoren, zoals migratie of wanneer een bepaalde bevolkingsgroep machtiger is of meer aanzien geniet.

2.17_speechdifferences

Een andere mogelijke oorzaak voor het naar elkaar toe ontwikkelen van talen is wanneer bepaalde woorden of taalkundige regels gemakkelijker te leren zijn of op de een of andere manier beter in onze hersenen zouden ‘passen’. Dit is vergelijkbaar met het concept dat verschillende diersoorten onafhankelijk van elkaar dezelfde kenmerken ontwikkelen. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van vleugels bij vogels, vleermuizen en sommige dinosauriës. In zo’n geval geval zouden talen die gesproken worden op plaatsen ver van elkaar vandaan zich dusdanig veranderen dat ze meer op elkaar gaan lijken. Onderzoekers hebben in verschillende talen overeenkomstige kenmerken van woorden ontdekt, waarbij de klank van het woord een direct verband heeft met de betekenis. Dit verschijnsel is ook wel bekend als klanksymboliek. Het woord voor ‘neus’ bestaat bijvoorbeeld in verschillende talen uit nasale klanken, zoals de [n]. Bovendien gebruiken talen over de hele wereld een vergelijkbaar woord om aan te duiden dat ze iets niet verstaan hebben: ‘huh?’ of ‘wat?’. Een mogelijke reden hiervoor is dat het een kort, vragend woord is dat effectief de aandacht weet te trekken.

Het is lastig om onderscheid te maken tussen laatstgenoemde effecten enerzijds en het uitwisselen van woorden en andere taalkundige aspecten als gevolg van taalcontact anderzijds. De reden hiervoor is dat de gevolgen van beide processen vergelijkbaar zijn. Een van de doelstellingen van de evolutionaire taalkunde is het vinden van een manier om dit onderscheid te kunnen maken.

Deze vraag raakt de kern van taalkundig onderzoek, aangezien het indirect vraagt of er grenzen zijn aan hoe talen in elkaar kunnen zitten. Sommige van de eerste moderne taalkundige theorieën stelden dat er sterke biologische beperkingen zijn die talen vormgeven. Meer recent heeft taalkundig veldonderzoek uitgewezen dat er vele talen zijn die een enorme diversiteit laten zien in hun klanken, woorden en regels. Het zou kunnen dat voor elke wijze waarop talen meer op elkaar gaan lijken er tegelijkertijd ook een manier is waarop ze meer van elkaar gaan verschillen.

Seán Roberts & Gwilym Lockwood
Vertaald door J.M. Schoffelen, Nadine de Rue & Lotte Schoot

Meer weten?

Can you tell the difference between languages? (link)
Why is it studying linguistic diversity difficult? (link)
Is ‘huh?’ a universal word? (link)

Meer lezen?

Nettle, D. (1999). Linguistic Diversity. Oxford: Oxford University Press.

Dingemanse, M., Torreira, F., & Enfield, N. J. (in press). Is “Huh?” a universal word? Conversational infrastructure and the convergent evolution of linguistic items. PLoS One. (link)

Dunn, M., Greenhill, S. J., Levinson, S. C., & Gray, R. D. (2011). Evolved structure of language shows lineage-specific trends in word-order universals. Nature, 473, 79-82. (link)

About MPI

This is the MPI

The Max Planck Institute for Psycholinguistics is an institute of the German Max Planck Society. Our mission is to undertake basic research into the psychological,social and biological foundations of language. The goal is to understand how our minds and brains process language, how language interacts with other aspects of mind, and how we can learn languages of quite different types.

The institute is situated on the campus of the Radboud University. We participate in the Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, and have particularly close ties to that institute's Centre for Cognitive Neuroimaging. We also participate in the Centre for Language Studies. A joint graduate school, the IMPRS in Language Sciences, links the Donders Institute, the CLS and the MPI.

 
Vragen en Antwoorden

Stuur de onderzoekers van
het MPI een nieuwe vraag: 

Outlined font 1,5 pt wide cirkle 3 pt.

Dit project werd door Katrien 
Segaert,
Katerina Kucera en 
Judith Holler
 opgestart. 

Momenteel wordt dit project
gecoördineerd door:
Katerina Kucera
Sean Roberts
Agnieszka Konopka
Gwilym Lockwood
Connie de Vos

Vroegere leden:
Joost Rommers
Mark Dingemanse