You are here: Home Q&A Vragen en Antwoorden Op welke leeftijd beginnen kinderen met het gebruik van simple zinnen?

Vragen en Antwoorden

Questions and Answers English Fragen und Antworten Deutsch

Is er iets wat u altijd al hebt willen weten over taal? Wij hebben misschien het antwoord! Op deze pagina beantwoorden we vragen over taal die gesteld zijn door mensen die geen taalonderzoeker zijn. Heeft u een vraag over taal? Stuur ons uw vraag via deze link! Onderzoekers van het Max Planck Instituut zullen regelmatig vragen selecteren en nieuwe antwoorden publiceren. Bezoek ons dus opnieuw in de toekomst, want dan vindt u hier nieuwe antwoorden en komt u nog meer te weten over taal. 

Op welke leeftijd beginnen kinderen met het gebruik van simple zinnen?

Kinderen verschillen in de manier waarop zij leren en we zien dan ook veel verschillen in hoe kinderen zich ontwikkelen. Om deze reden is het moeilijk om precies aan te geven vanaf welke leeftijd een kind iets kan (bijvoorbeeld het eerste woord rond 12 maanden). De mijlpalen in de taalontwikkeling van een kind die hier (maar ook elders) genoemd worden, zijn dan ook altijd een gemiddelde leeftijd waarop een bepaalde vaardigheid zich ontwikkelt. Het is heel normaal dat kinderen een bepaalde vaardigheid een paar maanden eerder of juist een paar maanden later ontwikkelen. Met deze informatie in ons achterhoofd geven we hieronder een kort overzicht van de ontwikkeling die kinderen doormaken voor het leren van eenvoudige korte zinnen.

Question and answer Q&A baby

Kinderen beginnen wanneer ze rond de 30 tot 36 maanden oud zijn met het vormen van eenvoudige zinnen. Dit klinkt voor sommigen misschien best laat, aangezien kinderen hun eerste woordjes vaak al rond 12 maanden uiten. Maar voordat kinderen woorden aan elkaar kunnen plakken om zinnen te vormen, moeten ze eerst enige kennis verwerven over de grammatica van hun moedertaal. Bijvoorbeeld, zelfstandig naamwoorden en werkwoorden kunnen worden gezien als de bouwstenen van zinnen (“poes” +”wil”+”melk” = “De poes wil melk”), maar zelfs hele eenvoudige zinnen vereisen vaak dat de spreker er nog enkele woorden aan toevoegt, zoals “de”, of dat er vervoegingen worden gebruikt (wil, willen, wilde). Het leren van zulke vervoegingen en functiewoorden is niet gemakkelijk: Anders dan bij inhoudswoorden, kunnen kinderen de betekenis van bijvoorbeeld “de” niet ervaren. Om het allemaal nog ingewikkelder te maken moeten de woorden ook nog in de juiste volgorde worden gezet en hardop worden uitgesproken met de juiste intonatie en nadruk die past bij de betekenis van de zin (vergelijk bijvoorbeeld: “ De POES wil melk” met “De poes wil MELK”). Dit alles bij elkaar kan nog best moeilijk zijn voor kinderen.

Ondanks dat kinderen jonger dan 30 maanden nog geen volledige zinnen maken, leren ze al wel hoe ze woorden op andere manieren kunnen combineren. Vlak na hun eerste verjaardag beginnen kinderen woorden te combineren met gebaren zoals wijzen, knikken en het laten zien van voorwerpen. De combinatie van een woord met een gebaar maakt dat kinderen meer kunnen “zeggen” dan wanneer ze alleen het woord gebruiken (bijvoorbeeld ja knikken in combinatie met het woord “melk” betekent "ja, ik wil graag melk"). Sommige onderzoeken laten zien dat deze vaardigheid van het combineren van gebaren en woorden een voorbode is van het gebruik van twee-woordzinnen een paar maanden later.

Vanaf ongeveer 18 maanden beginnen kinderen combinaties van twee woorden te gebruiken, bijvoorbeeld “beer”. “bed”, om een zin uit te drukken zoals “de beer ligt in bed”. In het begin lijken de woorden nog los van elkaar te zijn, maar als kinderen meer ervaring opdoen met twee-woordcombinaties worden de pauzes tussen de woorden steeds korter en ook de intonatie van beide woorden zijn steeds meer met elkaar verbonden.

Rond 24 maanden, wanneer ze midden in de twee-woordfase zitten, beginnen kinderen vaak 2-3 woorden te combineren tot wat redelijk normale zinnen lijken, maar dan zonder functiewoorden en vervoegingen (bijvoorbeeld: “Daar poes!”). In deze fase gebruiken sommige kinderen de combinatie van woorden steeds in een vaste volgorde, met bijvoorbeeld een ankerwoord (“meer”, “ nee”, “dat”, “hier”) altijd als eerste (“meer appel”), terwijl andere kinderen ze juist in de tweede positie gebruiken (“appel meer”). Op het moment dat kinderen de pauzes tussen de woorden korter gaan maken, steeds een vaste volgorde gebruiken en intonaties gebruiken die individuele woorden met elkaar verbinden, dan is dat een teken dat het groepje woorden bedoeld wordt als één zin.

Als kinderen dan eindelijk eenvoudige zinnen gaan gebruiken, zo rond de 30-36 maanden, zijn ze er nog lang niet: De manier waarop ze woorden combineren tot langere zinnen is nog lang niet zo ontwikkeld als bij volwassenen. Ook zijn de kinderen rond deze leeftijd nog erg afhankelijk van wat ze het vaakst om zich heen horen. Het gebruiken van de juiste vervoegingen kan ingewikkeld zijn en het is niet ongewoon dat kinderen fouten maken wanneer ze leren welke vervoegingen er regelmatig (werk, werkt, werkte…) en onregelmatig (ben, is, was…) zijn. In de twee jaar nadat kinderen voor het eerst eenvoudige zinnen gebruiken, boeken ze onder andere grote vooruitgang wat betreft de grootte van hun woordenschat en het gebruik van grammatica. De zinnen worden steeds uitgebreider en tegen de tijd dat ze 4-5 jaar oud zijn hebben ze een groot deel geleerd van wat ze nodig hebben om vloeiend met anderen te kunnen communiceren.

Wilt u ook graag mee doen met taalverwervingsonderzoek? Kijk dan op de website van het Baby Research Centre in Nijmegen.


By: Marisa Casillas & Elma Hilbrink
Vertaald door: Elma Hilbrink & Connie de Vos

Literatuur

Clark, E. V. (2009). “Part II: Constructions and meanings”. In First language acquisition (pp. 149–278). Cambridge University Press.

Iverson, J. M., & Goldin-Meadow, S. (2005). Gesture paves the way for language development. Psychological science16(5), 367-371.

Click to start the video on YouTube

About MPI

This is the MPI

The Max Planck Institute for Psycholinguistics is an institute of the German Max Planck Society. Our mission is to undertake basic research into the psychological,social and biological foundations of language. The goal is to understand how our minds and brains process language, how language interacts with other aspects of mind, and how we can learn languages of quite different types.

The institute is situated on the campus of the Radboud University. We participate in the Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, and have particularly close ties to that institute's Centre for Cognitive Neuroimaging. We also participate in the Centre for Language Studies. A joint graduate school, the IMPRS in Language Sciences, links the Donders Institute, the CLS and the MPI.

 
Vragen en Antwoorden

Stuur de onderzoekers van
het MPI een nieuwe vraag: 

Outlined font 1,5 pt wide cirkle 3 pt.

Dit project werd door Katrien 
Segaert,
Katerina Kucera en 
Judith Holler
 opgestart. 

Momenteel wordt dit project
gecoördineerd door:
Katerina Kucera
Sean Roberts
Agnieszka Konopka
Gwilym Lockwood
Connie de Vos

Vroegere leden:
Joost Rommers
Mark Dingemanse