You are here: Home Q&A Vragen en Antwoorden Wat bedoelen onderzoekers wanneer ze praten over "maternal language"? Bedoelen ze dan "moedertaal"?

Vragen en Antwoorden

Questions and Answers English Fragen und Antworten Deutsch

Is er iets wat u altijd al hebt willen weten over taal? Wij hebben misschien het antwoord! Op deze pagina beantwoorden we vragen over taal die gesteld zijn door mensen die geen taalonderzoeker zijn. Heeft u een vraag over taal? Stuur ons uw vraag via deze link! Onderzoekers van het Max Planck Instituut zullen regelmatig vragen selecteren en nieuwe antwoorden publiceren. Bezoek ons dus opnieuw in de toekomst, want dan vindt u hier nieuwe antwoorden en komt u nog meer te weten over taal. 

Wat bedoelen onderzoekers wanneer ze praten over "maternal language"? Bedoelen ze dan "moedertaal"?

Nee, met "maternal language" doelen onderzoekers op kind-georiënteerde taal. Modern onderzoek naar de manier waarop ouders en verzorgers tegen kinderen praten, begon in de late jaren zeventig. Wetenschappers die taalverwerving onderzoeken, waren geïnteresseerd in hoe het leren van taal beïnvloed wordt door de manier waarop ouders tegen hun kinderen praten. Aangezien de moeder doorgaans de belangrijkste verzorger is, richtten de eerste studies zich op het taalgebruik van de moeder (ook vaak ‘motherese’ genoemd). Deze taal werd gewoonlijk beschreven als een taal met een hogere toonhoogte, een breder toonbereik, en een eenvoudiger vocabulaire. Vandaag de dag weten we dat er veel meer variabiliteit is in de manier waarop ouders hun spraak aanpassen aan hun kinderen. Sommige moeders gebruiken bijvoorbeeld inderdaad een breder toonbereik dan gewoonlijk, maar veel moeders gebruiken haast hetzelfde toonbereik als dat ze gebruiken bij volwassenen. De spraak van de moeder past zich ook aan het taalvermogen van hun kinderen aan, en kan dus sterk veranderen van de ene op de andere maand.

Q&A maternal 6.2

Image: Eoin Dubsky

Daarnaast zijn er culturen waarin moeders nauwelijks of geen ‘babypraat’ gebruiken wanneer ze met hun kinderen communiceren. Om deze reden is het onmogelijk om een universele moederlijke taal te definiëren. Daarnaast is het belangrijk om niet te vergeten dat ook vaders, grootouders, broers, zussen, andere familieleden en zelfs niet-familieleden hun spraak aanpassen wanneer ze tegen een jong kind praten. Om deze reden geven onderzoekers vandaag de dag de voorkeur aan ‘kind-georiënteerde spraak’ boven 'maternal language' of ‘motherese’. Enkele recente onderzoeken hebben aangetoond dat wij niet alleen onze spraak aanpassen aan kinderen: we veranderen ook onze handbewegingen en de manier waarop we dingen uitbeelden. We maken ze trager, groter, en dichter bij het kind. Samengevat, kind-georiënteerde taal lijkt slechts één aspect te zijn van een breder communicatief fenomeen tussen ouders/verzorgers en kinderen.

Meer weten?

Fernald, A., Taeschner, T., Dunn, J., Papousek, M., de Boysson-Bardies, B., & Fukui, I. (1989). A cross-language study of prosodic modifications in mothers' and fathers' speech to preverbal infants. Journal of Child Language, 16, 477–501.

Click to start the video on YouTube

About MPI

This is the MPI

The Max Planck Institute for Psycholinguistics is an institute of the German Max Planck Society. Our mission is to undertake basic research into the psychological,social and biological foundations of language. The goal is to understand how our minds and brains process language, how language interacts with other aspects of mind, and how we can learn languages of quite different types.

The institute is situated on the campus of the Radboud University. We participate in the Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, and have particularly close ties to that institute's Centre for Cognitive Neuroimaging. We also participate in the Centre for Language Studies. A joint graduate school, the IMPRS in Language Sciences, links the Donders Institute, the CLS and the MPI.

 
Vragen en Antwoorden

Stuur de onderzoekers van
het MPI een nieuwe vraag: 

Outlined font 1,5 pt wide cirkle 3 pt.

Dit project werd door Katrien 
Segaert,
Katerina Kucera en 
Judith Holler
 opgestart. 

Momenteel wordt dit project
gecoördineerd door:
Katerina Kucera
Sean Roberts
Agnieszka Konopka
Gwilym Lockwood
Connie de Vos

Vroegere leden:
Joost Rommers
Mark Dingemanse