You are here: Home Q&A Vragen en Antwoorden Wat zijn homofonen en waarom bestaan ze?

Vragen en Antwoorden

Questions and Answers English Fragen und Antworten Deutsch

Is er iets wat u altijd al hebt willen weten over taal? Wij hebben misschien het antwoord! Op deze pagina beantwoorden we vragen over taal die gesteld zijn door mensen die geen taalonderzoeker zijn. Heeft u een vraag over taal? Stuur ons uw vraag via deze link! Onderzoekers van het Max Planck Instituut zullen regelmatig vragen selecteren en nieuwe antwoorden publiceren. Bezoek ons dus opnieuw in de toekomst, want dan vindt u hier nieuwe antwoorden en komt u nog meer te weten over taal. 

Wat zijn homofonen en waarom bestaan ze?

Homofonen zijn woorden die hetzelfde klinken maar twee of meerdere verschillende betekenissen hebben. Dit fenomeen komt in alle gesproken talen voor. Neem bijvoorbeeld de Engelse woorden FLOWER en FLOUR. Ze klinken hetzelfde, ondanks dat ze uit verschillende letters bestaan wanneer ze worden opgeschreven (daarom heten ze heterografische homofonen). Andere homofonen klinken hetzelfde en zien er (geschreven) hetzelfde uit, zoals de woorden BANK (zitmeubel/dijkhelling) en BANK (financiële instelling) in zowel het Engels als het Nederlands. Zulke woorden worden daarom ook wel homografische homofonen genoemd. Woorden die vergelijkbaar klinken maar een verschillende betekenis hebben bestaan ook tussen talen. Een voorbeeld is het woord WIE, dat in het Duits (‘hoe’) iets anders betekent dan in het Nederlands (‘wie’).

1.07

Je zou denken dat homofonen serieuze problemen opleveren voor de luisteraar. Hoe kun je ooit begrijpen wat een spreker bedoelt als zij ‘Ik haat de muis’ zegt? Verschillende wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat luisteraars inderdaad ambigue woorden iets langzamer verwerken in vergelijking met ondubbelzinnige woorden. Echter, meestal wordt de intentie van de spreker wel duidelijk uit de context. Bovenstaande zin kan voorkomen in de context ‘Ik heb geen probleem met de meeste huisdieren van mijn dochter, maar ik haat de muis’ of ‘Ik ben blij met mijn nieuwe computer, maar ik haat de muis’. De door de spreker bedoelde betekenis wordt door de luisteraar vaak zo snel begrepen, dat de alternatieve betekenis vaak niet eens wordt opgemerkt. Voorafgaande talige context en kennis van de wereld helpen ons dus om de juiste woordbetekenis, en daarmee de intentie van de spreker, te achterhalen.

Waarom bestaan homofonen? Het lijkt veel minder verwarrend om verschillende combinaties van klanken te gebruiken voor verschillende concepten. Taalkundigen stellen dat klankverandering een belangrijke factor voor het ontstaan van homofonen kan zijn. Bijvoorbeeld, in het begin van de 18e eeuw werd de eerste letter van het Engelse woord KNIGHT niet langer uitgesproken, waardoor het een homofoon werd met het woord NIGHT. Ook contact tussen talen creëert homofonen. Het Engelse woord DATE is relatief recent in het Nederlands opgenomen, en werd daarmee een homofoon van het reeds bestaande woord DEED. Sommige veranderingen door de tijd heen creëren dus nieuwe homofonen, terwijl andere veranderingen juist maken dat homofonen verdwijnen. Nu de werkwoordsvorm ZOUDT steeds minder gebruikt wordt in het Nederlands, begint het woord ZOUT zijn homofonische status te verliezen.

Een bijzonder leuk kenmerk van homofonen is dat ze vaak in woordspelingen voorkomen of als stilistische elementen in literaire teksten gebruikt worden. In Romeo en Julia van Shakespeare (Acte 1, Scene IV, regel 13-16) gebruikt Romeo bijvoorbeeld een homofoon als hij het advies om te gaan dansen van zijn vriend Mercutio in de wind slaat:

Mercutio:             Nay, gentle Romeo, we must have you dance.

Romeo:               Not I, believe me: you have dancing shoes

                          With nimble soles: I have a soul of lead

                          So stakes me to the ground I cannot move.

Zulk elegant gebruik van homofonen heeft ongetwijfeld bijgedragen aan Shakespeares literaire succes.

Door David Peeters en Antje S. Meyer

Verder lezen:

Bloomfield, L. (1933). Language. New York: Henry Holt and Company.

Cutler, A., & Van Donselaar, W. (2001). Voornaam is not (really) a homophone: Lexical prosody and lexical access in Dutch. Language and speech, 44(2), 171-195. (link)

Rodd, J., Gaskell, G., & Marslen-Wilson, W. (2002). Making sense of semantic ambiguity: Semantic competition in lexical access. Journal of Memory and Language, 46(2), 245-266. (link)

Tabossi, P. (1988). Accessing lexical ambiguity in different types of sentential contexts. Journal of Memory and Language, 27(3), 324-340. (link)

Click to start the video on YouTube

About MPI

This is the MPI

The Max Planck Institute for Psycholinguistics is an institute of the German Max Planck Society. Our mission is to undertake basic research into the psychological,social and biological foundations of language. The goal is to understand how our minds and brains process language, how language interacts with other aspects of mind, and how we can learn languages of quite different types.

The institute is situated on the campus of the Radboud University. We participate in the Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour, and have particularly close ties to that institute's Centre for Cognitive Neuroimaging. We also participate in the Centre for Language Studies. A joint graduate school, the IMPRS in Language Sciences, links the Donders Institute, the CLS and the MPI.

 
Vragen en Antwoorden

Stuur de onderzoekers van
het MPI een nieuwe vraag: 

Outlined font 1,5 pt wide cirkle 3 pt.

Dit project werd door Katrien 
Segaert,
Katerina Kucera en 
Judith Holler
 opgestart. 

Momenteel wordt dit project
gecoördineerd door:
Katerina Kucera
Sean Roberts
Agnieszka Konopka
Gwilym Lockwood
Connie de Vos

Vroegere leden:
Joost Rommers
Mark Dingemanse