The role of gesture for people living with aphasia
Als woorden tekortschieten, spreken de handen: de rol van gebaren bij mensen met afasie
20 July 2026
Wat is afasie?

Stel je voor dat je een gesprek voert. Je weet precies wat je wilt zeggen, maar je kunt de juiste woorden niet vinden. Iedereen kent de frustratie van een woord dat op het puntje van je tong ligt. Voor de meesten van ons gebeurt dit slechts af en toe, maar voor mensen met afasie is het een dagelijkse uitdaging.

Afasie is een taalstoornis die meestal ontstaat door een beroerte in de linkerhersenhelft. Bij een beroerte raakt een bloedvat in de hersenen verstopt of scheurt het, waardoor de toevoer van zuurstof en voedingsstoffen stagneert. Dit kan blijvende schade aanrichten in de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor het produceren en begrijpen van taal. Een beroerte heeft dan ook vaak langdurige gevolgen voor het vermogen om taal uit te drukken en te begrijpen, zowel in gesproken, geschreven als gebarentaal.

Naar schatting leidt 25% tot 50% van de beroertes tot afasie (ASHA.org). Belangrijk om te weten is dat afasie geen invloed heeft op iemands intelligentie of sociale vaardigheden. Ondanks hun taalproblemen kunnen mensen met afasie zich nog steeds effectief communiceren. Een van de beste manieren om hen hierbij te ondersteunen is door te communiceren via multimodaliteit. Het gebruik van gebaren, gezichtsuitdrukkingen, tekeningen, geschreven woorden of voorwerpen helpt iedereen om elkaar beter te begrijpen. Maar voor mensen met afasie, die moeite hebben met gesproken taal, zijn deze hulpmiddelen nog essentiëler om hun boodschap over te brengen.

Handgebaren zijn hierin bijzonder waardevol. Onze handen zijn een rijke bron van informatie; we kunnen er objecten, handelingen, locaties en meer mee uitbeelden. Bovendien hebben we deze 'hulpbron' altijd bij de hand. We weten dat gebaren een belangrijke communicatieve en cognitieve functie hebben bij mensen zonder hersenletsel, maar hoe zit dat bij mensen met afasie? Gebruiken mensen met afasie gebaren effectief ondanks hun taalstoornis? En waarin verschillen hun gebaren van die van volwassenen zonder hersenletsel? Hieronder gaan we op deze vragen in.

 

Hoe gebaren mensen met afasie?

Het ene gebaar brengt meer betekenis over dan het andere. Neem iconische gebaren: deze gebaren de vorm, grootte, handeling, beweging of positie van een object weer. Denk aan iemand die een hand bij het oor houdt om een telefoongesprek uit te beelden, of met de armen flappert om een vogel na te bootsen. Sommige iconische gebaren zijn overbodig ten opzichte van de spraak, omdat ze dezelfde informatie overbrengen (bijvoorbeeld “ik liep naar de winkel” zeggen, terwijl je met twee vingers een loopbeweging maakt). Andere gebaren vullen de spraak juist aan en voegen unieke informatie toe die niet in spraak wordt gezegd (bijvoorbeeld door te zeggen “Ik ben naar de winkel gegaan” terwijl men een loopgebaar maakt). Tot slot zijn sommige iconische gebaren essentieel: deze bieden cruciale informatie wanneer er helemaal niet gesproken wordt (zoals het maken van diezelfde loopbeweging als antwoord op de vraag: “Hoe ben je bij de winkel gekomen?”).

Over het algemeen gebaren mensen met afasie meer dan volwassenen zonder hersenletsel; ze maken simpelweg meer gebaren per gesproken woord. Hun gebaren zijn vaak iconisch, rijk aan betekenis, en vullen de gesproken taal aan of vervangen deze als dat nodig is. Een recente studie toonde aan dat ruim de helft van de iconische gebaren die mensen met afasie maakten, aanvullende of essentiële informatie bevatte (Stark et al., 2023). Dit onderstreept hoe cruciaal gebaren zijn voor mensen met afasie in vergelijking met sprekers zonder taalstoornis.

 

Hebben alle mensen met afasie baat bij gebaren?

Hoewel de taalstoornis de gemene deler is, verschilt de situatie per individu. Denk aan demografische factoren (zoals leeftijd en opleiding), de tijd die verstreken is sinds de beroerte, en de locatie en omvang van de hersenschade. Ook de kenmerken van de taalstoornis (zoals fouten bij het ophalen van woorden en begripsmoeilijkheden) en de ernst ervan spelen een rol. Dit roept de vraag op of elke persoon met afasie in gelijke mate baat heeft bij het gebruik van gebaren om de communicatie te verbeteren.

Wat we tot nu toe weten, is dat mensen met afasie die moeite hebben met het produceren van taal, gebaren effectiever lijken in te zetten dan mensen die moeite hebben met het begrijpen ervan. Daarnaast kan de ernst van de afasie ook van invloed zijn op hoe mensen gebaren gebruiken. Wie een ernstige taalstoornis heeft, leunt vaak sterker op gebaren om te communiceren. Tegelijkertijd kan een ernstige afasie samengaan met andere problemen, zoals moeite met het uitvoeren van bewuste bewegingen, wat het gebruik van gebaren kan bemoeilijken (Chick et al., 2024).

Hoewel er nog meer onderzoek nodig is om vast te stellen wie het meest baat heeft bij gebaren, proberen onderzoekers steeds beter in kaart te brengen hoe deze verschillende factoren verband houden met het maken van gebaren bij mensen met afasie.

 

Hoe nu verder?

Hoe meer we leren over gebaren bij afasie, hoe meer nieuwe vragen er opkomen. Tot nu toe hebben we het vooral gehad over de gebaren die mensen met afasie zelf maken. Maar hoe zit het met de gebaren van hun gesprekspartners? Helpen die gebaren de mensen met afasie om een boodschap makkelijker te begrijpen? En wat gebeurt er als we gebaren observeren in alledaagse, spontane gesprekken?

Dit zijn enkele vragen die Martina Mellana onderzoekt in haar PhD project. Ze leiden tot een bredere vraag: hoe uit afasie zich in gebarentaal, waar de handen al het primaire communicatiemiddel zijn? Er zijn aanwijzingen dat afasie ook invloed kan hebben op gebarentaal, met veel symptomen die overeenkomen met die bij afasie in gesproken taal. Vergeleken met het onderzoek naar gesproken taal en gebaren is er over afasie bij gebarentaalgebruikers echter nog veel minder bekend, en is vervolgonderzoek nodig.

 

Geraadpleegde literatuur

  • Stark, B. C., & Oeding, G. (2023). Demographic, neuropsychological, and speech variables that impact iconic and supplementary-to-speech gesturing in aphasia. Gesture, 22(1), 62-93.

  • Chick, I., Garrard, P., Buxbaum, L. J., & Vigliocco, G. (2024). Co-speech Gesture Production in Spoken Discourse Among Speakers with Acquired Language Disorders. In Spoken Discourse Impairments in the Neurogenic Populations: A State-of-the-Art, Contemporary Approach (pp. 133-150). Cham: Springer International Publishing.

 

Met dank aan
  • Schrijver: Martina Mellana
  • Redacteur: Anna Mai
  • Vertaling Nederlands: Lieke Herraets
  • Vertaling Duits: Carmen Ramoser 

Share this page