Verantwoordelijkheid in gesprekken
Een gezellig etentje met vrienden kan een verrassende wending nemen wanneer iemand het een zegt, maar zich vervolgens heel anders gedraagt. Neem het voorbeeld waarin iemand beweert: "Tom is vegetariër", waarna Tom direct een cheeseburger bestelt. Of: "Sara mag geen zuivel", direct gevolgd door: "Doe haar maar een ijsje, alsjeblieft!" Ergens klopt iets niet.
Er is sprake van een duidelijke tegenstrijdigheid: we verwachten van mensen dat hun gedrag op een betekenisvolle manier aansluit bij wat ze zeggen. Als ik zeg "Ik ben vegetariër", doe ik niet alleen een feitelijke uitspraak, maar ik geef ook aan hoe ik mij gedraag en wat anderen van mij mogen verwachten. Dat is wat filosofen en taalkundigen een commitment noemen: een sociale verplichting die een spreker aangaat door iets te beweren. Dit gaat niet over 'commitment' in de alledaagse zin van toewijding aan een goed doel of loyaliteit aan een partner, maar over wat we elkaar 'verschuldigd' zijn wanneer we praten.
Bij dit soort commitments gaat het niet alleen om de waarheid. Ze zijn normatief, wat betekent dat ze aansluiten bij bepaalde verwachtingen over hoe we ons zouden moeten gedragen wanneer we communiceren. Als ik zeg "Ik ben vegetariër. Ik eet veel vlees", ga ik rechtstreeks in tegen de verwachting die door mijn eerste uitspraak is gewekt. Het probleem is niet enkel de inconsistentie, maar de manier waarop ik die als spreker presenteer.
Gesprekken draaien dus om meer dan het uitwisselen van feiten. We delen en geven ook vorm aan verwachtingen en verantwoordelijkheden. We gaan verbintenissen aan voor onszelf en voor anderen wanneer we spreken. Deze commitments zitten in onze dagelijkse communicatie: we nemen ze op, we interpreteren ze en we doen soms zelfs grote moeite om ze te vermijden. Toch begrijpen taalwetenschappers nog altijd niet precies hoe dit mechanisme werkt.
Hier komt een nieuw onderzoek om de hoek kijken. Aan de afdeling Filosofie van de Radboud Universiteit ontwikkelen Harriet Yates, Corien Bary, Bob van Tiel en Peter de Swart methoden om commitment direct te meten. Zij brengen in kaart wat er werkelijk gebeurt in een gesprek en waaraan een goede theoretische onderbouwing van commitment moet voldoen.
De kracht van een frons
Hoe onderzoek je iets wat zo abstract is als commitment?
Daarvoor kijken ze naar minuscule spierbewegingen in het gezicht, die vaak te subtiel zijn om met het blote oog waar te nemen. Door elektroden op het gezicht van proefpersonen te plaatsen, meten ze de minimale elektrische stroompjes die ontstaan bij spieractiviteit. Zo kunnen ze de micro-uitdrukkingen van een proefpersoon volgen terwijl deze korte gespreksfragmenten leest.
Een voorbeeld: stel dat Janice en Frank praten over hun vriend. Janice zegt: "Tom is vegetariër. Hij eet veel vlees."
De meeste mensen voelen op zo'n moment een flits van verwarring, wantrouwen of zelfs verontwaardiging. Er klopt iets niet. Die reactie is af te lezen van het gezicht, met name aan de spier vlak boven de binnenkant van de wenkbrauw: de spier die verantwoordelijk is voor fronsen. Deze spier wordt actief bij een negatieve reactie op wat iemand ziet of hoort, zelfs wanneer die reactie vluchtig en onbewust is. Uit hun onderzoek blijkt dat deze spier precies geactiveerd wordt zodra de tweede zin gelezen wordt, het exacte moment waarop de lezer zich realiseert dat de spreker zijn eigen eerdere bewering tegenspreekt.
Deze piek in spieractiviteit laat zien dat de luisteraar een conflict opmerkt tussen het eerste commitment en de tegenstrijdige informatie die volgt. Er is niet aan de verwachtingen voldaan; het commitment is geschonden.
Deze bevindingen tonen iets krachtigs aan: ze kunnen de dynamiek van conversationeel commitment detecteren en kwantificeren via subtiele fysieke signalen, nog voor iemand expliciet aangeeft dat er iets niet klopt.
Wat kunnen we nog meer leren van fronsen?
Tot nu toe heeft het onderzoek zich gericht op eenvoudige feitelijke tegenstrijdigheden; situaties waarin een spreker het ene zegt en dit vervolgens onmiddellijk ondermijnt met nieuwe informatie. Maar commitment reikt veel verder dan dit soort overduidelijke gevallen.
Hoe zit het met uitspraken die we namens een ander doen? Maakt de manier waarop we iemands woorden presenteren uit voor hoe 'committed' we overkomen? Is er bijvoorbeeld een verschil tussen zeggen: "Ik hoor dat Tom vegetariër is" en "Tom is vegetariër, hoor ik"? In beide gevallen is er sprake van wat filosofen en taalkundigen een ‘evidentiële marker’ noemen: een uitdrukking die de bewering afzwakt en aangeeft dat de spreker zich baseert op informatie van derden. Maar interpreteren luisteraars deze zinnen op dezelfde manier? Dit soort subtiele nuanceverschillen kan bepalen hoe onze commitments worden waargenomen.
En een andere vraag: kan een luisteraar onbewust betrokken raken aan een uitspraak puur door te zwijgen? Als iemand zegt "Tom is vegetariër" en jij reageert niet, voel je je waarschijnlijk niet bijzonder betrokken of verantwoordelijk. Maar wat als diegene iets beledigends zegt, zoals een kwetsende opmerking over Tom? Op dat moment kan jouw stilte worden opgevat als een stilzwijgende goedkeuring. Voel je dan de behoefte om ertegenin te gaan of afstand te nemen?
Hieraan zijn nog meer vragen verbonden: kunnen mensen alleen verantwoordelijk worden gehouden voor wat ze expliciet zeggen? Of ook voor wat ze suggereren, impliceren of laten aannemen? Zelfs kleine reacties, zoals een knikje of een kort "mhm" kunnen een signaal zijn van instemming of aansluiting bij een gedeeld commitment. Deze gesprekssignalen, zowel verbaal als non-verbaal, helpen bij het creëren van het gedeelde landschap van commitments tussen sprekers.
Het doel op lange termijn is om gezichtsmetingen in te zetten om deze subtielere dynamieken te bestuderen, waarbij ze inzichten uit de filosofie en taalkunde combineren met realtime fysiologische gegevens. Zo willen ze de relatie tussen wat mensen zeggen en waar ze volgens hun toehoorders aan gebonden zijn, beter begrijpen.
Het is een onderzoeksrichting binnen de taalwetenschap die nieuwe inzichten biedt in wat we elkaar verschuldigd zijn in alledaagse gesprekken.
Met dank aan
Schrijver: Harriet Yates
Redacteur: Anna Mai
Vertaling Nederlands: Lieke Herraets
Vertaling Duits: Carmen Ramoser
Share this page