Is een verpleegkundige een vrouw? Is een programmeur een man? Ook al weten we dat dit niet zo hoeft te zijn, ons brein vult de gaten automatisch in met genderstereotypen. In deze laatste blogpost van onze reeks over de psycholinguïstiek van gender kijken we naar de invloed van taal op onze perceptie: hoe maken we mentale snelkoppelingen, welke rol spelen voornaamwoorden en functietitels, en wat betekent dit voor onbewuste vooroordelen in ons denken en communiceren?
De kracht van standaardinstellingen
Lees deze zinnen eens: “De chirurg kwam de kamer binnen en zei tegen de verpleegkundige dat de patiënt voorbereid moest worden. Hij was te laat.” Naar wie verwijst hij? Veel mensen stellen zich de chirurg voor, maar dat zegt meer over onze aannames dan over de grammatica. Dit is het basisprincipe achter onderzoek naar genderstereotypen in taalverwerking.
Banaji en Hardin (1996) gebruikten de techniek het ‘priming-paradigma’, om te laten zien dat genderassociaties direct worden geactiveerd bij beroepsnamen. Zelfs als een woord zoals verpleegkundige of ingenieur neutraal wordt gepresenteerd, herkennen lezers een voornaamwoord sneller wanneer het aansluit bij het stereotype (zij bij verpleegkundige, hij bij ingenieur). Deze bevindingen suggereren dat genderstereotypen automatisch worden geactiveerd wanneer we rolbenamingen verwerken, vaak zonder dat we het ons realiseren.
Dit is niet alleen een weerspeigeling van onze cultuur; het wordt een cognitieve gewoonte. En gewoontes beïnvloeden ongemerkt wat we zien, verwachten en onthouden.
Voornaamwoorden en hun impact
Kleine woorden kunnen grote effecten hebben. Neem het gebruik van genderneutrale voornaamwoorden. In het Engels wordt het enkelvoudige they gebruikt voor zowel specifieke personen (bijv. Victor vergat hun jas) als in algemene contexten (bijv. Iemand vergat hun jas). Maar vermindert het gebruik van they onbewuste genderbias ook daadwerkelijk?
Recent onderzoek suggereert van wel. Een studie van Garnham en Yakovlev (2015) toonde aan dat wanneer lezers een zin tegenkwamen als “ Elke ingenieur diende hun rapport in”, ze zich sneller een vrouw voorstelden dan wanneer de zin zijn gebruikte. Het voornaamwoord hielp de greep van stereotypen te versoepelen, wat ruimte maakte voor een breder mentaal beeld. Soortgelijke effecten zijn ook aangetoond voor het genderneutrale voornaamwoord “hen” in het Zweeds (Tavits & Pérez, 2019).
Talen waarin het aanduiden van gender verplicht is, brengen echter extra uitdagingen met zich mee. In het Duits is de meervoudsvorm Studenten bijvoorbeeld grammaticaal mannelijk, maar wordt deze vaak generiek gebruikt. Uit onderzoek blijkt dat lezers dit interpreteren als een groep die voornamelijk uit mannen bestaat (Gygax et al., 2008). Van genderinclusieve vormen, zoals Studentinnen* of Studierende, is aangetoond dat ze de zichtbaarheid van vrouwen helpen vergroten (Hansen et al., 2016). Ze zijn door sommige universiteiten en werkgevers dan ook officieel overgenomen in hun communicatie. Toch stuit genderinclusief taalgebruik in sommige delen van de Duitse samenleving nog steeds op weerstand.
Taalverandering kan dus maatschappelijke verandering ondersteunen. Zelfs als het nieuw of onwennig aanvoelt, daagt inclusief taalgebruik ons uit om automatische aannames in twijfel te trekken en bewuster na te denken over onze wereld.
Impliciete vooroordelen en mentale modellen
Vanuit een psycholinguïstisch perspectief beïnvloeden taal en denken elkaar voortdurend. We gebruiken taal om mentale modellen te vormen: voorstellingen van situaties, rollen en mensen. Wanneer gendergerichte taal stereotypen versterkt, beïnvloedt dit die modellen.
Een voorbeeld hiervan zijn tests voor impliciete vooroordelen, die de snelheid meten waarmee we associaties leggen tussen begrippen (bijv. man + wetenschapper versus vrouw + wetenschapper). Deze tests laten zien hoe diep gendergerelateerde associaties in onze cognitie zijn ingebakken, vaak op manieren die we bewust afwijzen.
Het goede nieuws? Blootstelling is belangrijk. Herhaalde blootstelling aan voorbeelden die tegen de stereotypen ingaan (zoals verhalen over mannelijke verpleegkundigen of vrouwelijke monteurs) kan vooroordelen na verloop van tijd verminderen. Taal speelt een sleutelrol in die blootstelling. Hoe vaker we evenwichtige gendervoorstellingen zien in spraak, media en alledaagse gesprekken, hoe flexibeler onze cognitieve categorieën worden.
Geraadpleegde literatuur
- Banaji, M. R., & Hardin, C. D. (1996). Automatic stereotyping. Psychological Science, 7(3), 136–141.
- Garnham, A., & Yakovlev, Y. (2015). Gender representation in different languages and grammatical marking: A psycholinguistic perspective. Frontiers in Psychology, 6, 1396.
- Gygax, P., Gabriel, U., Sarrasin, O., Oakhill, J., & Garnham, A. (2008). Generically intended, but specifically interpreted: When beauticians, musicians, and mechanics are all men. Language and Cognitive Processes, 23(3), 464–485.
- Hansen, K., Littwitz, C., & Sczesny, S. (2016). The social perception of heroes and murderers: Effects of gender-inclusive language in media reports. Frontiers in psychology, 7, 369.
- Tavits, M., & Pérez, E. O. (2019). Language influences mass opinion toward gender and LGBT equality. Proceedings of the National Academy of Sciences, 116(34), 16781-16786.
Met dank aan
Schrijver: Morgane Peirolo
Redacteur: Anna Mai
Vertaling Nederlands: Lieke Herraets
Vertaling Duits: Jule Hafermann
Share this page