Spreken met je handen: hoe gebaren gesprekken soepeler maken

Avatar
Spreken met je handen: hoe gebaren gesprekken soepeler maken
Christina Papoutsi
18 May 2026

Een interview met Marlijn ter Bekke.

Wat was de centrale vraag in jouw proefschrift?

In het dagelijks leven wisselen mensen voortdurend van beurt tijdens het spreken: jij zegt iets, dan zeg ik iets, enzovoort. Meestal volgen die beurten elkaar razendsnel op, met nauwelijks pauze of overlap. Wanneer je met iemand in gesprek bent, voelt dit snelle heen-en-weer heel natuurlijk, maar de onderliggende processen in je brein zijn verre van eenvoudig. Begrijpen hoe we erin slagen om zo snel te reageren in gesprekken is een van de grote vragen binnen de psycholinguïstiek.

Wat het nog complexer maakt, is dat de meeste gesprekken zich plaatsvinden in een face-to-face-setting, waarin taal multimodaal is. Dat wil zeggen dat we niet alleen communiceren via spraak, maar ook met lichamelijke signalen, zoals handgebaren. In mijn proefschrift onderzocht ik of het zien van zulke handgebaren ons daadwerkelijk helpt om zo snel te reageren tijdens een gesprek.

 

Kun je de (theoretische) achtergrond verder toelichten?

Het idee dat het zien van gebaren ons kan helpen sneller te reageren in een gesprek, laat zich goed illustreren aan de hand van een voorbeeld. Stel je voor dat je op een feestje bent en iemand je vraagt: "Wil je...". Op basis van alleen deze woorden kun je wel wat gokken over hoe de vraag verdergaat (bijvoorbeeld "dansen" of "naar huis gaan"), maar je hebt nog niet genoeg informatie om een antwoord voor te bereiden. Als je echter ziet dat de spreker een gebaar maakt alsof diegene uit een glas drinkt, helpt dat je in te schatten dat je gesprekspartner waarschijnlijk gaat vragen of je iets wilt drinken. Hierdoor kun je jouw antwoord ("Ja, graag") alvast plannen en snel reageren.

 

Waarom is het belangrijk om deze vraag te beantwoorden?

Het face-to-face gesprek is de omgeving waarin taal is geëvolueerd, waarin kinderen taal leren en waarin taal het meest wordt gebruikt. Om echt te begrijpen hoe taal werkt, moeten we dus bestuderen hoe taal in deze setting wordt ingezet. Dit betekent dat we rekening moeten houden met het feit dat taal meer is dan alleen spraak – het omvat ook visuele signalen zoals handgebaren – en met de dynamiek van beurtwisselingen die tijdens gesprekken plaatsvinden.

 

Kun je meer vertellen over een specifiek project dat je leuk vond?

Mijn favoriete project was het derde hoofdstuk van mijn proefschrift. In de eerste twee hoofdstukken liet ik zien dat het waarnemen van gebaren helpt om sneller te reageren en dat gebaren (zoals het drinkgebaar) meestal beginnen voor de bijbehorende spraak (zoals het woord "drinken"). Ik was benieuwd of luisteraars door die vroege timing van gebaren in staat zouden zijn om komende woorden te voorspellen.

Voor dit onderzoek maakte ik gebruik van virtuele avatars die vragen stelden, met of zonder bijbehorend gebaar. We gebruikten gebaren uit waargebeurde gesprekken en bootsten die na met de avatar. Dat was behoorlijk veel werk! Ook moest ik voor dit project leren werken met EEG; dat was in het begin uitdagend, maar uiteindelijk erg waardevol voor mijn professionele ontwikkeling. Er waren onderweg ook technische tegenslagen, dus toen de resultaten na al dat werk eindelijk binnenkwamen, was ik ontzettend blij!

 

Wat inspireerde je om dit onderzoeksonderwerp te kiezen?

Tijdens mijn master volgde ik het college van professor Aslı Özyürek over handgebaren en ik was meteen verkocht. Ik had het gevoel dat dit het eerste college was waarin we echt leerden hoe taal in het dagelijks leven wordt gebruikt. Tijdens mijn promotieonderzoek leerde ik nog meer over taalgebruik in de meest voorkomende setting: het face-to-face gesprek. Het motiveert me enorm als een onderzoeksonderwerp concreet is en aansluit bij het alledaagse leven en dat gold zeker voor mijn onderwerp. In het dagelijks leven zijn er altijd wel ergens mensen in gesprek die hun handen gebruiken om te gebaren!

 

Wat was het meest memorabele moment tijdens je promotietraject?

Toen ik aan mijn promotie begon, zag ik er enorm tegenop om mijn proefschrift aan het eind in het openbaar te moeten verdedigen. Ik kon me simpelweg niet voorstellen dat ik daar in de Aula zou staan, met al die mensen die toekeken, terwijl ik moeilijke vragen zou beantwoorden zonder in paniek te raken. Een van mijn motivaties om te promoveren was juist dat ik iemand wilde worden die dat wel kon: een slimmere, zelfverzekerdere versie van mezelf met minder angst. Ik ben heel blij dat ik dat doel heb bereikt. Ik heb uiteindelijk echt genoten van de verdediging en voelde me de hele dag — en de weken daarna — ontzettend trots op mezelf.

 

Wat wil je hierna gaan doen?

Momenteel werk ik als postdoc in het lab van dr. Judith Holler aan het Donders Instituut in Nijmegen. In mijn nieuwe project onderzoek ik hoe mensen hun intenties communiceren tijdens een face-to-face gesprek. Hoe geven mensen bijvoorbeeld aan dat hun vraag "Hoe denk je dat het gaat?" een sarcastische grap is en geen oprechte vraag naar iemands mening? Hoe worden deze intenties overgebracht via de woorden die mensen kiezen, hun intonatie en hun lichamelijke signalen, zoals gezichtsuitdrukkingen? En hoe slagen luisteraars erin om betekenis te ontlenen aan deze signalen en te bepalen wat een passend antwoord is? Ik ben erg enthousiast dat ik dit de komende jaren mag onderzoeken!

Share this page