„Tijger, eh… leeuw!“ Hoe kiezen we de juiste woorden?

Tiger eh lion
„Tijger, eh… leeuw!“ Hoe kiezen we de juiste woorden?
13 May 2026
Als we proberen de twee afbeeldingen hieronder te benoemen, valt al snel op dat dit bij de leeuw aan de linkerkant moeilijker is dan bij die aan de rechterkant. In deze blogpost wordt uitgelegd waarom dat zo is.
Tiger Apple

De ogenschijnlijk eenvoudige taak om een afbeelding te benoemen, bestaat uit verschillende stappen. Je moet herkennen wat er op de afbeelding staat, het juiste woord daarvoor oproepen, nadenken over de uitspraak en vervolgens je spraakorganen – zoals je tong en mond – in de juiste positie brengen om het woord correct uit te spreken. In het bovenstaande voorbeeld betekent dit dat je moet herkennen dat de afbeelding een leeuw voorstelt, aan het woord leeuw moet denken en dit vervolgens moet uitspreken.

De woorden die op de afbeelding van de leeuw staan geschreven, beïnvloeden dit proces op een specifieke manier. Terwijl je probeert de afbeelding te benoemen, lees je ook de woorden, zelfs wanneer je probeert ze te negeren. In het ene geval (tijger) vertraagt het geschreven woord het benoemen van de afbeelding, terwijl dit in het andere geval (appel) niet gebeurt.

Dat komt doordat de woorden tijger en appel in verschillende mate verwant zijn aan het gezochte woord leeuw. Tijger en leeuw zijn sterk met elkaar verbonden: beide verwijzen naar dieren, beide zijn gevaarlijk en beide behoren tot de grote katachtigen. Appel en leeuw zijn daarentegen veel minder verwant: het ene is een vrucht, het andere een dier. Uit onderzoek met uiteenlopende woord-afbeeldingscombinaties blijkt dat het langer duurt om afbeeldingen te benoemen wanneer zij worden vergezeld door een semantisch verwant woord dan wanneer zij worden vergezeld door een niet-verwant woord. Maar hoe komt dat?

Een verklaring voor dit verschijnsel is dat er een vorm van concurrentie ontstaat tussen de juiste benaming van de afbeelding en het woord dat erop staat geschreven. Wanneer je het woord tijger of appel leest, wordt dit woord geactiveerd in het zogenoemde mentale lexicon: een soort intern woordenboek waarin alle bekende woorden zijn opgeslagen, samen met hun kenmerken, zoals spelling, betekenis en uitspraak. Wanneer een woord wordt geactiveerd, worden ook verwante woorden geactiveerd. Dat betekent dat het lezen van tijger bijvoorbeeld ook woorden als leeuw en kat activeert, terwijl het lezen van appel woorden als peer en fruit activeert.

Wanneer je vervolgens de afbeelding van de leeuw probeert te benoemen, activeer je eveneens het woord leeuw. Dit woord activeert op zijn beurt weer verwante woorden zoals tijger en panter, maar niet niet-verwante woorden zoals appel. Daardoor versterken tijger en leeuw elkaars activering. Zowel het woord tijger als het woord leeuw zijn daardoor sterk geactiveerd en concurreren als het ware om uitgesproken te worden. Voordat je leeuw kunt zeggen, moet je dus eerst voorkomen dat je tijger uitspreekt. Deze concurrentie zorgt ervoor dat het benoemen van afbeeldingen trager verloopt wanneer het begeleidende woord semantisch verwant is.

De activering van het woord appel wordt daarentegen niet versterkt door de afbeelding van de leeuw. Daardoor is het gemakkelijker om dit woord te negeren dan het woord tijger. Hoewel het benoemen van afbeeldingen waarop woorden staan geschreven geen alledaagse activiteit is, helpen dergelijke taken onderzoekers om beter te begrijpen hoe woorden in ons brein worden opgeslagen en hoe ze worden opgehaald tijdens het spreken. Daarbij blijkt dat we tijdens het spreken niet alleen de woorden activeren die we daadwerkelijk willen uitspreken, maar ook verwante woorden die uiteindelijk misschien helemaal niet worden uitgesproken.

 

Share this page