Verschillende beroertes, verschillend herstel: hoe taal zich herstelt na een doorbloedingsstoornis in de hersenen

Natasha Roos
Verschillende beroertes, verschillend herstel: hoe taal zich herstelt na een doorbloedingsstoornis in de hersenen
Christina Papoutsi
19 February 2026

Een interview met dr. Natascha Roos.

 

Wat was de centrale onderzoeksvraag van uw proefschrift?

Toen ik in september 2019 aan mijn promotieonderzoek begon, wilde ik onderzoeken hoe taal zich in de hersenen herstelt na een beroerte. Vooral gevallen waarin mensen kort na een beroerte nauwelijks konden spreken, maar in de weken of maanden daarna een groot deel of zelfs al hun communicatieve vaardigheden terugkregen, vond ik bijzonder fascinerend.

Al snel bleek dit echter een complex en uitdagend onderzoeksgebied. Daarom richt mijn proefschrift zich voornamelijk op de methodologische vraag: hoe kunnen we taalherstel na een beroerte het best onderzoeken? Met behulp van twee longitudinale studies en een afzonderlijke meetstudie, waarin ik verschillende technieken gebruikte om hersenactiviteit in kaart te brengen, onderzocht ik in hoeverre deze methoden geschikt zijn om taalrevalidatie na een beroerte te bestuderen.

Kunt u iets meer vertellen over de theoretische achtergrond van dit onderzoek?

We weten nog steeds relatief weinig over de manier waarop de hersenen taal herstellen na een beroerte. Welke hersenprocessen spelen hierbij een rol? En dragen die processen daadwerkelijk bij aan herstel, of kunnen ze het herstel juist belemmeren?

Uit eerder onderzoek blijkt dat een beroerte in de linkerhersenhelft kan leiden tot extra activiteit in vergelijkbare gebieden van de rechterhersenhelft. Mogelijk ondersteunt deze activiteit het taalvermogen van patiënten. Toch is hierover nog veel discussie, mede omdat eerdere studies sterk van elkaar verschilden in opzet en methodologie.

Daardoor blijft het lastig om algemene conclusies te trekken over wat er precies in de hersenen gebeurt na een beroerte en welke processen gunstig of juist ongunstig zijn voor het herstel van taal.

Waarom is het belangrijk om deze vraag te beantwoorden?

Meer inzicht in de manier waarop de hersenen omgaan met een beroerte kan bijdragen aan betere behandelingen en revalidatieprogramma’s voor patiënten.

Daarbij is het belangrijk te beseffen dat geen enkele beroerte hetzelfde is. Niet alleen is ieder brein uniek, ook verschillen beroertes onderling in locatie en omvang. Dat betekent dat het herstelproces per persoon sterk kan variëren.

Uiteindelijk zou het ideaal zijn als we beter kunnen voorspellen hoe verschillende typen beroertes zich ontwikkelen, zodat behandeling en begeleiding meer op de individuele patiënt kunnen worden afgestemd.

Wanneer we bijvoorbeeld weten welke hersengebieden na een beroerte bepaalde functies, zoals taal, ondersteunen, kunnen we proberen deze gebieden gericht te stimuleren. Dat kan met niet-invasieve hersenstimulatie, bijvoorbeeld door een magneet op de hoofdhuid te plaatsen. Op die manier kan de activiteit in specifieke hersengebieden worden versterkt, waardoor zij mogelijk een grotere rol gaan spelen in het herstelproces.

Kunt u een concreet onderzoeksproject beschrijven?

In mijn belangrijkste onderzoeksproject bestudeerde ik taalherstel na een beroerte vanuit een zo breed mogelijk perspectief.

Ik ontwikkelde een onderzoeksopzet waarin deelnemers twee maanden en zeven maanden na een beroerte in de linkerhersenhelft werden onderzocht. Daarbij bracht ik in kaart hoe hun hersenactiviteit tijdens taalopdrachten veranderde. Daarnaast maakte ik verschillende hersenscans en onderzocht ik hun cognitieve en taalvaardigheden met aanvullende tests.

Om de resultaten beter te kunnen interpreteren, nam ik ook twee controlegroepen op in het onderzoek. De eerste bestond uit gezonde deelnemers zonder beroerte, vergelijkbaar qua leeftijd en opleidingsniveau. De tweede groep bestond uit mensen die een beroerte in de rechterhersenhelft hadden doorgemaakt, een type beroerte dat doorgaans niet gepaard gaat met taalproblemen.

Door al deze gegevens met elkaar te combineren, ontstaat een rijke en veelzijdige dataset die hopelijk nieuwe inzichten oplevert in de manier waarop taal zich in de hersenen herstelt na een beroerte.

Kunt u een moment van tegenslag of een bijzondere uitdaging tijdens uw promotietraject beschrijven? En hoe bent u daarmee omgegaan?

Het uitvoeren van een groot en langdurig onderzoeksproject zoals dit was behoorlijk intensief.

Na jaren van het werven en testen van deelnemers realiseerde ik me dat ik nauwelijks toekwam aan de analyse van de verzamelde gegevens, zolang ik zelf verantwoordelijk bleef voor alle nieuwe deelnemers die voortdurend instroomden.

Gelukkig kreeg ik extra ondersteuning, waardoor ik een groot deel van de taken rondom de werving en dataverzameling kon overdragen. Daardoor ontstond eindelijk ruimte om met de eerste analyses te beginnen en een hoofdstuk van mijn proefschrift over dit project te schrijven.

Wat was het meest memorabele of waardevolle moment van uw promotie?

Dat was zonder twijfel de dag van mijn promotieverdediging, op 28 februari. Op die dag kreeg ik de kans om mijn onderzoek te presenteren aan een publiek dat grotendeels buiten de academische wereld stond.

Ik vind het altijd bijzonder en inspirerend om mijn werk te delen met mensen buiten de wetenschappelijke ‘bubbel’ waarin onderzoekers zich vaak bevinden. Dit keer waren ook familie en vrienden aanwezig.

Na vijf jaar onderzoek was het ontzettend waardevol om mijn werk te kunnen presenteren en vervolgens te horen dat mensen mijn onderzoek goed konden volgen en begrijpen. Dat gaf veel voldoening.

Tegelijkertijd is een promotieverdediging ook een intensieve ervaring. Je krijgt op zo’n dag soms meer complimenten dan tijdens de vier of vijf jaar daarvoor, en dat is best even wennen.

Wat zijn uw plannen voor de toekomst?

Momenteel werk ik als postdoctoraal onderzoeker verder aan het longitudinale onderzoek naar beroerte en taalherstel.

Daarnaast ben ik begonnen aan een driejarige opleiding tot hondentrainer. Mijn droom is om deze twee werelden uiteindelijk met elkaar te combineren: onderzoek doen naar cognitieve neurowetenschap bij honden én tegelijkertijd coaching aanbieden aan mensen die problemen ervaren met hun hond.

Share this page