Publications

Displaying 1 - 29 of 29
  • Andics, A. (2013). Who is talking? Behavioural and neural evidence for norm-based coding in voice identity learning. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Dingemanse, M. (2011). The meaning and use of ideophones in Siwu. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Additional information

    http://thesis.ideophone.org/
  • Dolscheid, S. (2013). High pitches and thick voices: The role of language in space-pitch associations. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Ellert, M. (2011). Ambiguous pronoun resolution in L1 and L2 German and Dutch. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    PhD defense on January, 7th, 2011
  • Essegbey, J. (1999). Inherent complement verbs revisited: Towards an understanding of argument structure in Ewe. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057668.
  • FitzPatrick, I. (2011). Lexical interactions in non-native speech comprehension: Evidence from electro-encephalography, eye-tracking, and functional magnetic resonance imaging. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Gipper, S. (2011). Evidentiality and intersubjectivity in Yurakaré: An interactional account. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Hanique, I. (2013). Mental representation and processing of reduced words in casual speech. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Additional information

    Full Text (via Radboud)
  • Hayano, K. (2013). Territories of knowledge in Japanese conversation. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    This thesis focuses on one aspect of interactional competence: competence to manage knowledge distribution in conversation. In order to be considered competent in everyday interaction, participants need not only to index one another's knowledge states but also to engage in dynamic negotiation of knowledge distribution. Adopting the methodology of conversation analysis, the thesis investigates how participants' orientations to knowledge distribution, 'epistemicity', are manifested. The thesis examines three interactional environments: assessment sequences, informing sequences and polar question-answer sequences. A systematic analysis reveals that interactants orient to different aspects of knowledge in different environments, employing different grammatical resources. When they assess an object, they are concerned about who possesses 'epistemic primacy'. Japanese final particles and the practices of intensification serve together to claim epistemic primacy and provide support for the claim. It is also reported that interactants are oriented to achieve 'epistemic congruence' − consensus regarding how knowledge is distributed among them. When one provides the other with new information, the exchange commonly develops into a four-turn sequence, instead of a minimal adjacency pair. It is shown that this sequence organization allows interactants to achieve a balance between territories of experience, affiliation and empathy. In polar question-answer sequences, how (un)expected or novel a given piece of information is becomes an issue. Answers are found to be formulated such that they adopt epistemic stances that are assertive enough to match the level of (un)certainty expressed by questioners. The thesis contributes to our understanding of how social interaction is organized. It becomes clear from the findings that a wide range of aspects of language use and interactional organization are dominated by interactants' orientations to epistemicity. Participants manage knowledge distribution in everyday interaction, which may be the most fundamental means of managing their social statuses and relations.
  • Janssen, D. (1999). Producing past and plural inflections. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057667.
  • De Jong, N. H. (2002). Morphological families in the mental lexicon. PhD Thesis, University of Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.57697.

    Abstract

    Words can occur as constituents of other words. Some words have a high morphological productivity, in that they occur in many complex words, whereas others are morphological islands. Previous studies have found that the size of a word's morphological family can co-determine response latencies in lexical decision tasks. This thesis shows, using lexical decision as well as otherexperimental tasks, that the effect of family size is a semantic effect,reflecting the spreading of activation in the mental lexicon along the lines of morphological and semantic relatedness between words.

    Additional information

    Full Text (via Radboud)
  • Junge, C. (2011). The relevance of early word recognition: Insights from the infant brain. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    Baby's begrijpen woorden eerder dan dat ze deze zeggen. Dit stadium is onderbelicht want moeilijk waarneembaar. Caroline Junge onderzocht de vaardigheden die nodig zijn voor het leren van de eerste woordjes: conceptherkenning, woordherkenning en het verbinden van woord aan betekenis. Daarvoor bestudeerde ze de hersenpotentialen van het babybrein tijdens het horen van woordjes. Junge stelt vast dat baby's van negen maanden al woordbegrip hebben. En dat is veel vroeger dan tot nu toe bekend was. Als baby's een woord hoorde dat niet klopte met het plaatje dat ze zagen, lieten ze een N400-effect zien, een klassiek hersenpotentiaal. Uit eerder Duits onderzoek is gebleken dat baby's van twaalf maanden dit effect nog niet laten zien, omdat de hersenen nog niet rijp zouden zijn. Het onderzoek van Junge weerlegt dit. Ook laat ze zien dat als baby's goed woorden kunnen herkennen binnen zinnetjes, dit belangrijk is voor hun latere taalontwikkeling, wat mogelijk tot nieuwe therapieën voor taalstoornissen zal leiden.
  • Margetts, A. (1999). Valence and transitivity in Saliba: An Oceanic language of Papua New Guinea. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057646.
  • Mauth, K. (2002). Morphology in speech comprehension. PhD Thesis, University of Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.60024.

    Additional information

    Full Text (via Radboud)
  • Mulder, K. (2013). Family and neighbourhood relations in the mental lexicon: A cross-language perspective. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    We lezen en horen dagelijks duizenden woorden zonder dat het ons enige moeite lijkt te kosten. Toch speelt zich in ons brein ondertussen een complex mentaal proces af, waarbij tal van andere woorden dan het aangeboden woord, ook actief worden. Dit gebeurt met name wanneer die andere woorden overeenkomen met de feitelijk aangeboden woorden in spelling, uitspraak of betekenis. Deze activatie als gevolg van gelijkenis strekt zich zelfs uit tot andere talen: ook daarin worden gelijkende woorden actief. Waar liggen de grenzen van dit activatieproces? Activeer je bij het verwerken van het Engelse woord 'steam' ook het Nederlandse woord 'stram'(een zogenaamd 'buurwoord)? En activeer je bij 'clock' zowel 'clockwork' als 'klokhuis' ( twee morfolologische familieleden uit verschillende talen)? Kimberley Mulder onderzocht hoe het leesproces van Nederlands-Engelse tweetaligen wordt beïnvloed door zulke relaties. In meerdere experimentele studies vond ze dat tweetaligen niet alleen morfologische familieleden en orthografische buren activeren uit de taal waarin ze op dat moment lezen, maar ook uit de andere taal die ze kennen. Het lezen van een woord beperkt zich dus geenszins tot wat je eigenlijk ziet, maar activeert een heel netwerk van woorden in je brein.
  • Poellmann, K. (2013). The many ways listeners adapt to reductions in casual speech. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Puccini, D. (2013). The use of deictic versus representational gestures in infancy. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Robinson, S. (2011). Split intransitivity in Rotokas, a Papuan language of Bougainville. PhD Thesis, Radboud University, Nijmegen.
  • Rommers, J. (2013). Seeing what's next: Processing and anticipating language referring to objects. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Shao, Z. (2013). Contributions of executive control to individual differences in word production. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Sjerps, M. J. (2011). Adjusting to different speakers: Extrinsic normalization in vowel perception. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    Op een gemiddelde dag luisteren mensen naar spraak van heel veel verschillende mensen. Die hebben allemaal een ander stemgeluid, waardoor de woorden die zij uitspreken verschillend klinken. Luisteraars hebben daar echter weinig hinder van. Hoe is het mogelijk dat luisteraars zich zo gemakkelijk kunnen aanpassen aan verschillende sprekers? Matthias Sjerps onderzocht in zijn proefschrift een cognitief mechanisme dat luisteraars helpt om zich aan te passen aan de karakteristieken van verschillende sprekers. Hierbij maakt een luisteraar gebruik van informatie in de context. Dit mechanisme blijkt vroeg in de spraakverwerking plaats te vinden. Bovendien beïnvloedt dit mechanisme ook de perceptie van andere geluiden dan spraak. Dit laat zien dat het een zeer breed en algemeen perceptueel mechanisme betreft. Contexteffecten bleken echter sterker voor spraakgeluiden dan voor andere geluiden. Dit suggereert dat het onderzochte mechanisme, ook al is het algemeen en breed toepasbaar, versterkt kan worden door blootstelling aan taal.
  • Torreira, F. (2011). Speech reduction in spontaneous French and Spanish. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    Spraakklanken, lettergrepen en woorden worden vaak minder duidelijk uitgesproken in spontane conversaties dan in formelere spreekstijlen. Dit proefschrift presenteert onderzoek naar spraakreductie in spontaan Frans en Spaans. Naar deze talen is tot nu toe weinig spraakreductieonderzoek gedaan. Er worden twee nieuwe grote corpora met spontaan Frans en Spaans beschreven. Op basis van deze corpora heb ik enkele onderzoeken gedaan waarin ik de volgende belangrijke conclusies heb getrokken. Allereerst vond ik dat akoestische data van spontane spraak waardevolle informatie kan geven over de vraag of specifieke reductiefenomenen categoriaal of continu zijn. Verder vond ik, in tegenstelling tot onderzoek naar Germaanse talen, slechts gedeeltelijk bewijs dat spraakreductie in Romaanse talen als het Frans en het Spaans beïnvloed wordt door de eigenschappen en voorspelbaarheid van het woord. Ten derde vond ik door spontaan Frans en Spaans te vergelijken dat spraakreductie tussen talen meer kan verschillen dan je zou verwachten op basis van laboratoriumonderzoek
  • Tuinman, A. (2011). Processing casual speech in native and non-native language. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Van der Lugt, A. (1999). From speech to words. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057645.
  • Van der Zande, P. (2013). Hearing and seeing speech: Perceptual adjustments in auditory-visual speech processing. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    promotie op 5 september 2013

    Additional information

    full text via Radboud Repository
  • Van de Weijer, J. (1999). Language input for word discovery. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057670.
  • Van de Ven, M. A. M. (2011). The role of acoustic detail and context in the comprehension of reduced pronunciation variants. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Wang, L. (2011). The influence of information structure on language comprehension: A neurocognitive perspective. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Witteman, M. J. (2013). Lexical processing of foreign-accented speech: Rapid and flexible adaptation. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

Share this page