Publications

Displaying 1 - 13 of 13
  • Brouwer, S. (2010). Processing strongly reduced forms in casual speech. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Essegbey, J. (1999). Inherent complement verbs revisited: Towards an understanding of argument structure in Ewe. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057668.
  • Janssen, D. (1999). Producing past and plural inflections. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057667.
  • Knudsen, B. (2012). Infants’ appreciation of others’ mental states in prelinguistic communication. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Margetts, A. (1999). Valence and transitivity in Saliba: An Oceanic language of Papua New Guinea. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057646.
  • Reinisch, E. (2010). Processing the fine temporal structure of spoken words. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Rossano, F. (2012). Gaze behavior in face-to-face interaction. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    Wat doen onze ogen als we met andere mensen praten? In zijn proefschrift beschrijft Federico Rossano hoe mensen hun ogen gebruiken tijdens face-to-face interacties. Onze oogbewegingen blijken opvallend geordend en voorspelbaar: zo is het bijvoorbeeld mogelijk om met uitsluitend de ogen een reactie uit te lokken als de gesprekspartner niet direct reageert. Ook wanneer bijvoorbeeld een vraag-antwoordreeks ten einde loopt, coördineren gespreksdeelnemers hun oogbewegingen op een specifieke manier. Daarnaast heeft luisteren naar een verhaal of luisteren naar een vraag verschillende implicaties voor oogbewegingen. Dit proefschrift bevat daarom belangrijke informatie voor experts op het gebied van kunstmatige intelligentie en computerwetenschappers: de voorspelbaarheid en reproduceerbaarheid van natuurlijke oogbewegingen kan onder andere gebruikt worden bij de ontwikkeling van robots of avatars.
  • De Ruiter, L. E. (2010). Studies on intonation and information structure in child and adult German. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Segaert, K. (2012). Structuring language: Contributions to the neurocognition of syntax. PhD Thesis, Radboud University, Nijmegen, the Netherlands.

    Abstract

    Sprekers hebben een sterke neiging om syntactische structuren te hergebruiken in nieuwe zinnen. Wanneer we een situatie beschrijven met een passieve zin bijvoorbeeld: 'De vrouw wordt begroet door de man', zullen we voor de beschrijving van een nieuwe situatie gemakkelijker opnieuw een passieve zin gebruiken. Vooral bij moeilijke syntactische structuren is de neiging om ze te hergebruiken erg sterk. Voor gemakkelijke zinsconstructies geldt dat minder. Maar als deze toch hergebruikt worden dan gaat dit samen met een sneller initiëren van de beschrijving. Ook in het brein zien we dat het herhalen van syntactische structuren de verwerking ervan vergemakkelijkt. Bepaalde hersengebieden die zorgen voor de verwerking van syntactische structuren zijn zeer actief de eerste keer dat een syntactische structuur wordt verwerkt, en minder actief de tweede keer. Het gaat hier om een gebiedje in de frontaalkwab en een gebiedje in de temporaalkwab. Opvallend is ook dat deze gebieden de verwerking van syntactische structuren ondersteunen zowel tijdens het spreken als tijdens het luisteren.
  • Tabak, W. (2010). Semantics and (ir)regular inflection in morphological processing. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.
  • Van der Lugt, A. (1999). From speech to words. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057645.
  • Van de Weijer, J. (1999). Language input for word discovery. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen. doi:10.17617/2.2057670.
  • De Vos, C. (2012). Sign-spatiality in Kata Kolok: How a village sign language in Bali inscribes its signing space. PhD Thesis, Radboud University Nijmegen, Nijmegen.

    Abstract

    In a small village in the north of Bali called Bengkala, relatively many people inherit deafness. The Balinese therefore refer to this village as Desa Kolok, which means 'deaf village'. Connie de Vos studied Kata Kolok, the sign language of this village, and the ways in which the language recruits space to talk about both spatial and non-spatial matters. he small village community Bengkala in the north of Bali has almost 3,000 inhabitants. Of all the inhabitants, 57% use sign language, with varying degrees of fluency. But of this signing community (between 1,200 and 1,800 signers, depending on your definition of 'signer'), only 4% are deaf. So, not only do the deaf people of Bengkala use the sign language Kata Kolok, but also the majority of the hearing population. "I've worked with deaf people from all over Asia, Europe, and also some signers in America," says Connie de Vos of MPI's Language and Cognition Department, and Centre for Language Studies (RU). "What sets apart this particular deaf village is that deaf individuals are highly integrated within the village clans. There is really a huge proportion of hearing signers." The sign language currently functions in all major aspects of village life and has been acquired from birth by multiple generations of deaf, native signers. According to De Vos, Kata Kolok is a fully-fledged sign language in every sense of the word. As a collaborative project, she has initiated inclusive deaf education within the village and now Kata Kolok is used as the primary language of instruction. De Vos' primary finding is that Kata Kolok discourse uses a different system of referring to space than other sign languages. Spatial relations are represented by a so-called "absolute frame of reference", based on geographic locations and wind directions. "All sign languages, as we know, use relative constructions for spatial relations. They use signs comparable to words like 'left' and 'right' instead of 'east' and 'west'. Kata Kolok does the latter. Kata Kolok signers appear to have an internal compass to continually register their position in space."De Vos is the first sign linguist who has documented Kata Kolok extensively. She spent more than a year in the village and collected over a hundred hours of video material of spontaneous conversations. "One of the things I've noticed is that language doesn't really emerge out of nothing," she says. "Signers adopt a local gesture system and transform it into a new and much more systematic sign language. A lot of the signs refer to concepts they're familiar with. That's why hearing signers have no difficulties in picking up Kata Kolok. Kata Kolok unites the hearing and the deaf.

Share this page